Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

afdrukken Wiebengacomplex

Architectuur
toon vergroting Wiebengacomplex
toon vergroting Wiebengacomplex
toon vergroting Wiebengacomplex

Het Wiebengacomplex is het eerste gebouw in Nederland dat werd gebouwd in de stijl van de Nieuwe Zakelijkheid, ook wel ‘Het Nieuwe Bouwen’ genoemd. Deze architectuurstroming had een functionele inslag en richtte zich op het maken van rationele ontwerpen. De school is een ontwerp van Jan Gerko Wiebenga. In 1922 werd hij directeur van de School voor Nijverheidsonderwijs in Groningen. Hij kreeg de opdracht om twee onderwijsinstellingen in Groningen, de M.T.S. en de Ambachtsschool die in diverse gebouwen verspreid over de stad gehuisvest waren, in één nieuw gebouw samen te brengen. De eis was dat het gebouw binnen een jaar klaar zou zijn, vóór aanvang van het nieuwe schooljaar. Wiebenga vroeg L.C. van der Vlugt hem te assisteren. Welk aandeel ieder van hen in het uiteindelijke resultaat heeft gehad, is onbekend. De constructeur realiseerde, met behulp van architect L.C. van der Vlugt, in zes weken het ontwerp.

Dit ontwerp ging uit van een modern, goedkoop en snel te realiseren gebouw waarbij veel staal en beton werd gebruikt, materialen die destijds vrijnieuw waren in de bouw. Het gebouw lag de eerste jaren vrij aan het Bernoulliplein, maar in 1927 werd het helemaal volgebouwd. Het verhaal doet de ronde dat dit een bewuste keuze was: het voor die tijd ‘schandalig moderne’ gebouw werd letterlijk een beetje ‘verstopt’ achter traditionele gevels in de stijl van de Amsterdamse School.

Het Wiebengacomplex bestaat in de basis uit een skeletsysteem van gewapend beton. Vanwege zijn vroege toepassing van skeletconstructies in gewapend beton kan Wiebenga als pionier van het Nieuwe Bouwen in Nederland beschouwd worden. Dankzij dit betonskelet waren de plattegronden veel vrijer in te delen dan voorheen: de muren hoefden niet meer dragend te zijn en het werd mogelijk om grote stalen glaspuien te gebruiken. In twee parallel aan elkaar gelegen hoofdgebouwen waren de Middelbare Technische School en de Ambachtsschool gehuisvest. Daartussenin was plaats voor laagbouw en werden de praktijklokalen gesitueerd. De wanden, stalen kozijnen en deuren zijn op eenvoudige, strakke wijze vormgegeven en afgewerkt. Efficiëntie stond voorop, dus ornamenten en andere verfraaiingen om het gebouw op te fleuren werden niet gebruikt, met uitzondering van de betegelingen.

Opmerkelijk is dat het gebouw als een soort ‘gesamtkunstwerk’ werd ontworpen, hetgeen betekent dat bij het ontwerp ook al werd nagedacht over het interieur en het meubilair. Het complex is meerdere malen verbouwd en uitgebreid, waardoor de symmetrische opzet enigszins verloren is gegaan. Zo zijn in 1954 op de derde bouwlaag, in de hoeken van het hoofdgebouw, leslokalen toegevoegd. De praktijklokalen, in de tussengelegen laagbouw, werden in de jaren ‘80 gesloopt, evenals de conciërgewoning. Wel bleef de oude aula bewaard.

Na het vertrek van de HTS in de jaren ‘90 stonden de gebouwen een tijd leeg. De Hanzehogeschool wilde het complex overdragen aan de gemeente. Maar mede door aanwijzing als rijksmonument en herwaardering voor dit relatief jonge erfgoed lukte het uiteindelijk toch om het te herbestemmen als nieuwe onderwijslocatie voor de Pabo en de opleidingen Verpleegkunde en Medische Beeldregistratie.

Het hergebruik ging gepaard met een verbouwing, aanvullende nieuwbouw en een grootschalige restauratie. Daartoe werd een samenwerkingsconstructie met verschillende architecten bedacht. Wessel de Jonge, een Rotterdamse architect, was vooral sterk in onderzoek en analyse van het bestaande. Architectuurstudio SKETS richtte zich op de verbinding tussen oud en nieuw. Deze combinatie heeft voor zowel het monument als voor de nieuwbouw een fraai ontwerp opgeleverd. Belangrijk was om de inrichting van de bestaande gebouwen geschikt te maken voor de nieuwe functie. Om dit te kunnen realiseren, werd de oriëntatie van het complex een kwartslag gedraaid en aan het Eyssoniusplein een nieuw kopgebouw geplaatst. De twee scholen konden op deze manier als twee vleugels fungeren en werden samen met de nieuwbouw tot één geheel gevormd.

De gerenoveerde naoorlogse uitbreidingen van het complex, waaronder een ketelhuis, herbergen de grote gemeenschappelijke functies, zoals de mediatheek, een internetcentrum, een restaurant en een winkel. Op de eerste verdieping bevinden zich twee ruime collegezalen en een sportzaal. Een tweede restaurantruimte op de entresol kijkt uit over de binnentuin. Studenten kunnen zich vanuit dit bouwdeel via de eerste verdieping naar de diverse onderwijsruimtes in de beide oorspronkelijke vleugels begeven. In het enig behouden gebleven koplokaal is het authentieke interieur (de lerarenkamer) op basis van één enkele historische foto gereconstrueerd. Door gebruik te maken van computermanipulatie kon de originele maat-voering aan het licht worden gebracht. Naar aanleiding daarvan is vervolgens archief- en kleurenonderzoek verricht. Tijdens de renovatie zijn verscheidende pogingen gedaan om het authentieke meubilair terug te vinden, helaas tevergeefs.

Een vermeldenswaardig detail is het speurwerk naar de manier waarop de materialisering van de buitenkant van het monument tot stand is gekomen. Dit was zó ingewikkeld, en de aangeboden prijzen liepen zó uiteen, dat werd besloten dit bij de aanbesteding buiten de prijsvorming te houden. In Duitsland werd, toen de aanvullende nieuwbouw inmiddels al in volle gang was, uiteindelijk een fabriek gevonden die het gevelmateriaal voor een goede prijs kon leveren.

Kenmerken

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer