Platform GRAS presenteert

STAAT IN GRONINGEN

Architectuur in Stad

vergroot

Verrassende vondsten in de Groninger Archieven

  • Door: Aly van der Mark
  • In: Stad en Lande
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, nr. 2, 2011

Nieuwe sporen van de tuinarchitecten Lambertus en Gerrit Vlaskamp

Vorig jaar heb ik een artikel geschreven in de ‘Stad en Lande’ over Gerrit Vlaskamp, een vergeten tuinarchitect uit de tweede helft van de 19de eeuw.
We zijn nu een jaar verder en er is weer van alles boven water gekomen over de tuindersfamilie, waar Gerrit een telg van was. Voor een ieder, die het artikel indertijd niet gelezen heeft, eerst een stukje familiegeschiedenis.

Die begint omstreeks 1750 op de boerderij Migchelbrink bij Varsseveld in de Achterhoek. Boerenknecht Gerrit Vlaskamp heeft veertien kinderen, zeven bij zijn eerste vrouw, Aaltjen Luimes, zeven bij zijn tweede, Maria Sprong.
Een knecht met 14 kinderen, geen wonder dat in ieder geval twee van de zonen, Lambart en Arent, de wijde wereld in gaan, in dit geval het Westland.
Lambart is geboren in 1746, Arent in 1751. Lambart vertrekt naar Rijswijk, waar hij gaat werken als tuinman. Hij valt kennelijk op, want als hij 26 is, vertrekt hij naar het verre Friesland, naar state Tjessens in Waaxens, een dorp in het uiterste noorden van Friesland. Op 20 augustus 1772 wordt hij daar ingeschreven. Op state Tjessens woonde de familie Van Harinxma thoe Slooten en leden van de familie woonden ook in Rijswijk. Ik stel me zo voor, dat de familie uit Friesland in Rijswijk logeerde, daar een flinke jongeman bezig zag en hem overhaalde naar Friesland te komen. Broer Arent is in Delft beland en hij is ook 26, als hij in 1777 zijn broer achterna reist naar Waaxens. Het was kennelijk de bedoeling, dat Arent zijn broer op zou volgen, want ze hebben samen één jaar op state Tjessens gewerkt. In 1778 verhuist Lambart naar het nabijgelegen Harstastate in Hogebeintum, een oude state, die al in 1511 genoemd wordt. Arent is ambitieus, hij heeft maar twee jaar op state Tjessens gewerkt. In november 1779 gaat hij als tuinbaas naar Kingmastate in Zweins, een klein dorp bij Franeker. Bijna drie jaar later, op 5 juni 1782 wordt hij benoemd tot hortulanus van de Universiteit van Franeker. De hortulanus is de beheerder van de wetenschappelijke plantentuin. Hij zal dat blijven tot in 1811 de universiteit wordt opgeheven op bevel van Napoleon. Lambart blijft in het Noorden van Friesland, in 1782 begint hij een hoveniersbedrijf in Holwerd. Zijn kleinzoon Lambertus (1807-1854) sticht een boomkwekerij in Rinsumageest en hij wordt de rechterhand van de alom bekende Lucas Roodbaard. Helaas loopt het slecht af met Lambertus, hij raakt failliet en de familie verhuist naar Helpman bij Groningen. Als Roodbaard komt te overlijden zet Lambertus nog een advertentie in de Noordelijke kranten, waarin hij zijn diensten aanbiedt als aanlegger van tuinen, maar het het gaat steeds slechter met hem, hij komt als landloper in Veenhuizen terecht en overlijdt daar al drie maanden later tijdens een cholera-epidemie. De oudste zoon Gerrit is 20 als zijn vader overlijdt en hij zal de tuinontwerper van zijn tijd worden. Uit de administratie van boomkwekerij Bosgra uit Burgum, die bewaard is gebleven vanaf 1861, blijkt dat Gerrit Vlaskamp 350 tuinen en parken heeft aangelegd in Friesland, Groningen en Drente. Drie parken van zijn hand waren bekend, de Wilhelminaparken in Grou en Sneek en het Westerpark in Leeuwarden. De andere parken (oa park Groenestein in Groningen) en tuinen waren een complete verrassing. Het afgelopen jaar is met behulp van vooral Tineke Scholtens, welbekend in Gronings tuinenland en Albert Hoekstra, archivaris in Roosendaal (Brabant) van alles boven tafel gekomen in de Groninger archieven.

De tuin van Hommes
De grootste verrassing was een tekening van Lambertus Vlaskamp.
We gingen er van uit, dat hij de in de periode na zijn faillissement in 1849 tot zijn overlijden in Veenhuizen in 1854 in Groningen niets van belang had aangelegd.Maar een paar maanden geleden kreeg ik van Albert Hoekstra de tip, dat er in Groningen een tekening lag van Lambertus, die hij gemaakt had voor de familie De Marees van Swinderen. Het gaat om een tuin bij het huis aan de Nieuweweg 12 in Groningen. Tot 1850 was jonkheer mr. Oncko van Swinderen ( 1775-1850) de eigenaar. Na zijn dood betrokken een zoon en een schoondochter het huis: Wicher Meynart de Marees van Swinderen en Johanna Margaretha van Swinderen. Aangezien Lambertus van 1849 tot 1854 in Groningen gewerkt heeft, is het meest logische dat het jonge echtpaar een tuin liet aanleggen toen ze het huis betrokken. Het is een ontroerende tekening. Lambertus moest proberen in Groningen weer voet aan de grond te krijgen na zijn faillissement in Friesland en je kunt zien dat hij ontzettend zijn best heeft gedaan op de tekening. Er staan heel veel details op. Het is een showtekening geplakt op linnen, afgewerkt met een biesbandje. Toen we de tekening nog eens goed bekeken, zei Tineke Scholtens ineens: ‘Volgens mij is dit de tuin van Hommes’. Ik had nog nooit van de naam gehoord, maar Hommes blijkt een thee- en koffiehandelaar geweest te zijn, die later in dit pand gewoond heeft.
De tuin stond bekend als één van de grootste van Groningen. Op de tekening is te zien, dat het een fraai voorbeeld is van een Engelse landschapstuin met een vijver, slingerende paden, reliëf, een prieel en veel stinzenplanten. Nu ik zo langzamerhand diverse Vlaskamptuinen bezocht heb, blijkt dat stinzenplanten een vaak terugkomend element zijn, zowel in Groningen als in Friesland. Helaas is het huis in 1920 afgebroken om plaats te maken voor een Universiteitsgebouw. Een groot deel van de tuin is opgeofferd aan het Groninger Transportbedrijf en aan woningen aan het Poortersplein. Er rest nog slechts een klein stukje: Groningen wees zuinig op dit laatste stukje van wat eens een prachtige tuin was, aangelegd door een man waar het slecht mee af liep, maar die opgevolgd werd door zijn zoon Gerrit, die dus 350 tuinen en parken heeft nagelaten. Een deel van de Hommestuin hoorde later bij het Doorgangshuis voor gevallen meisjes, dat in 1865 gesticht werd door de dochter van burgemeester De Ranitz. Er is een prachtige foto bewaard gebleven, die een mooi beeld geeft van de vijver en de theekoepel (en van de meisjes in hun keurige kledij).
Folmer en Feith

Ook van Gerrit Vlaskamp zijn twee tekeningen opgedoken in de Groninger Archieven, al moet ik een slag om de arm houden omdat ze niet gesigneerd zijn, wat wel het geval is bij de tekening van Lambertus voor De Marees van Swinderen. In mijn vorige artikel heb ik al verteld, dat er heel weinig tekeningen bewaard zijn gebleven, omdat mijn man als jongetje van acht jaar de opdracht kreeg de tekeningen, die boven op zolder in een theekist stonden, te verbranden: Zijn moeder wilde het huis schoonmaken en die tekeningen hadden er nu lang genoeg gestaan. Maar dank zij de kennis en niet aflatende speurzin van Tineke Scholtens kwamen twee tekeningen boven water voor andere vooraanstaande families: Folmer en Feith. Bij de familie Folmer gaat het om de Trommiushof aan de Turfsingel, waar ooit de vermaarde theoloog Abraham Trommius woonde. Vier generaties Folmer bewoonden het huis, in het derde kwart van de 19de eeuw was het Arend Folmer, daarna zijn zoon Tiddo.
Ook dit is een bijzondere tekening met veel details en als ik hem vergelijk met de tekening van het Wilhelminapark in Sneek, dan zijn er veel overeenkomsten, zoals de stijl van tekenen ( zie de twee boompjes) en het handschrift. Bovendien heeft familielid Arend Folmer in 1876 een tuin aan laten leggen bij zijn doktershuis in Eenrum, wat bewijst, dat de Folmers Gerrit Vlaskamp kenden. Het Trommiushuis is in 1904 gesloopt, het moest plaats maken voor de nieuwbouw van de vrijmetselaarsloge L’Union Provinciale. Begin jaren negentig is alle bebouwing gesloopt om plaats te maken voor de uitbreiding van het Provinciehuis en daarmee zijn alle sporen van de Trommiushof verdwenen. De naam is teruggekeerd in een tuintje bij de Boteringeplaats.

Ook voor de familie Feith ontwierp Gerrit hoogstwaarschijnlijk een tuin in Groningen, in de Sint Jansstraat 13. In de Groninger Archieven ligt een reproductie, het origineel hangt aan de muur in Winterswijk bij de familie Berend Siertsema. De bewoner was Rhijnvis Feith ( 1822-1897). Rhijnvis was een zoon van Berend Hendrik Feith (1790-1825) en Anna Margretha Sparringa Siertsema en een broer van de dames Octavia ( 1815-1907) en Elizabeth (1824-1905). De moeder van ‘de dames Feith’ werd dus al heel vroeg weduwe en ze woonde met haar beide dochters vanaf 1830 aan het Schuitendiep. Ook achter dit huis lag een prachtige tuin zoals te zien is op de Beeldbank Groningen. Ook dit zou een Vlaskamptuin kunnen zijn, maar hier hebben we nog geen bewijzen gevonden.

Nienoord
In de boeken van Bosgra vonden we een paar interessante bestellingen voor de familie Van Panhuys. In 1872 voor notaris Johan Ernst Albert van Panhuys in Middelstum en in 1886 voor zijn broer Jonkheer mr. Johan AEmilius Abraham.
Bram ( zijn roepnaam) was opgeklommen van gemeenteraadslid in Rauwerderhem in Friesland tot commissaris van de Koningin in Groningen en hij gold als de rijkste man van Groningen. De laatste bestelling was eigenlijk maar klein vergeleken met de meeste andere, maar hij bleek toch interessant te zijn.
Van Panhuys had Nienoord in 1884 geërfd en hij heeft de borg in 1885/1886 grondig laten verbouwen. Het mocht voor Vlaskampbegrippen een kleine bestelling zijn, maar wel een met 100 zware esdoorns en 420 ‘aspergestoelen’, de jonkheer en zijn vrouw hielden kennelijk veel van asperges, hij was in ieder geval te groot voor een stadstuin.

In de Groninger archieven was niets te vinden over een tuin van Vlaskamp op Nienoord, maar Tineke Scholtens en ik zijn toch maar afgereisd naar Leek om nog eens in het archief te zoeken. Diny de Jager-Geurts, de bibliothecaresse had al een doos vol familiestukken klaar staan, maar helaas vonden we niets. Tot Diny zei: ‘Willen jullie nog even in de laden kijken’? We hadden de moed haast opgegeven tot we een paar kaarten bekeken van de borg en de tuin er tegenover. Nergens een stukje Engelse landschapstuin met ronde paadjes te bekennen, tot we een kaart onder ogen kregen met de volgende tekst: Kaart der vaste goederen van den Hoog Wel Geb Heer Jhr Mr J.AE. A. Van Panhuijs, voor zoo ver gelegen in de gemeente Leek. En op deze kaart stond tegenover de borg een kleine tuin getekend met ronde paadjes en een vijver. Geen wonder dat het maar een kleine bestelling was, want het is ook maar een klein stukje Engelse landschapstuin. Maar wel met alle kenmerken van een Vlaskamptuin, mooie rode beuken, flink reliëf en een vijver(tje). Het was een soort overtuintje en het ligt er nog. Op Nienoord zijn nog een paar plekken, waar Vlaskampsporen kunnen zijn, zoals de vijver in de hertenkamp en een paar gebogen vormen in de bossen. Al met al kleine, maar onmiskenbare sporen. En zo komt er steeds meer boven water van de 350 tuinen en parken, die Gerrit Vlaskamp ons nagelaten heeft. Dit is wat we weten uit de boekhouding van boomkwekerij Bosgra. Het kunnen er nog veel meer zijn, want ook met boomkwekerij Krijns in Joure hadden de Vlaskampen connecties.
Dus vindt u een tekening of een rekening op zolder van een verre voorvader, waar de naam Vlaskamp op staat of die lijkt op de tekeningen, die tot dusver gevonden zijn: westmark@hetnet.nl

Aly van der Mark

Met dank aan Tineke Scholtens- ter Haar en Albert Hoekstra

Lees meer

logo

Platform GRAS biedt u deze website aan.
Colofon | Proclaimer