Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Indië Monument

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Groninger Straatmagazine De Riepe

Psalm

Wie over het Selwerderhof in Groningen wandelt, kan een ingetogen kunstwerk tegenkomen.
Over een lengte van 120 meter volgt een zandstenen band aan je voeten het kiezelpad en slingert de namen van meer dan zestig jaar geleden gesneuvelde jongemannen de ruimte in. Aan de overzijde ervan staat een bank van dukdalf en is een gedicht van Rutger Kopland te lezen:

Psalm

Dan zullen deze geluiden wind zijn,
als ze opstijgen uit hun plek, dan
zullen ze verwaaien, zijn ze wind.

We hebben geademd en onze adem was
Als zuchten van bomen om een huis,

We hebben gepreveld en onze lippen
prevelden als een tuin in de regen,

we hebben gesproken onze stemmen
dwaalden als vogels boven een dak.

Omdat wij onze naam wilden vinden.
Maar alleen de wind weet de plek
die wij waren, waar en wanneer.


Dit melancholische en stemmige gedicht lijkt bijna gemaakt te zijn voor deze plek.
De 140 gesneuvelde mannen waren Groningse militairen die tussen 1945 en 1950 vochten en sneuvelden in voormalig Nederlands-Indië en Nieuw Guinea. Hun namen zijn op sterfdatum gerangschikt. Hieruit zou je kunnen opmaken dat zij, als zovele soldaten in evenzoveel oorlogen, welhaast gereduceerd waren tot administratieve nummers. Maar tegelijk verschaft het de herinnering een concrete richtlijn; als een pad door de tijd markeren de namen van de gestorvenen de gang van deze oorlog. De neergeschreven namen geven hun een identiteit, maar deze is voor ons bijna nietszeggend geworden. De mannen die zij waren, de woorden die zij spraken, de inspanningen die zij pleegden en de laatste zuchten die zij slaakten zijn allemaal vervlogen met de wind, zoals Rutger Kopland het zo beeldend verwoordt.
En alleen zij kan deze terugvinden en ze zich herinneren.

Tegelijk probeert dit gedenkteken de functie van de wind over te nemen; het legt vast, roept oude beelden op en tracht ons eraan te herinneren wie zij ooit waren. In de wetenschap van wat deze jonge mannen hebben meegemaakt krijgen de zinnen van het gedicht langzaam meer kleur. Welke geluiden maakten zij? Waren het kreten van opwinding, angst, pijn of wanhoop? Hoe klonk hun adem terwijl ze in een hinderlaag lagen, in actie kwamen. Kermend en klagend als de zuchten van bomen om een huis wellicht. Zouden hun prevelingen gebeden zijn geweest, ingegeven door herinneringen aan thuis?
De dood verstilt echter en maakt dat wat ooit tastbaar en krachtig was ijl en vluchtig. Klanken en adem vervagen en verstillen bijna tot het zuchten van de bomen in de wind en van een tuin in de regen. Zinnen komen niet aan maar cirkelen als vogels over de daken. Slechts de herinnering houdt ze nog daar, in dat luchtledige, totdat ook deze vervaagt en zij volledig vervliegen. De bank van dukdalf (wat gebruikt wordt voor de houten beschoeiing in havens en kanalen) is een plek geworden om aan te meren, te rusten en te herdenken.

Hoewel dit oorlogsmonument voor de gesneuvelde Groningse militairen is opgericht, overstijgt de strekking ervan de grenzen van voor- of tegenstrijders. Zij geldt voor elke gesneuvelde strijder, zoals ook de wind geen onderscheid maakte toen ze de laatste geluiden en adem van hen met zich meevoerde.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer