Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Gjalt Blaauw: een beetje aan de aardkorst knabbelen

  • Door: Els van den Berg
  • In: In beeld gebracht
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1998

Steenbewerking

Aanvankelijk werkte Gjalt Blaauw voornamelijk in hardsteen. "Dat is lekkerder hakken," aldus Blaauw over zijn geliefde fysieke bezigheid. Een nadeel vond hij wel dat deze steensoort zo grijs is. De kunstenaar is daarom meer kleur gaan zoeken en kwam zo onder meer uit bij het groenige dolomiet. Blaauw probeerde in zijn bewerkingsproces de steen zo intact mogelijk te laten. Daarmee toonde de beeldhouwer in zijn werkwijze groot respect voor het materiaal.
"Je realiseert je natuurlijk wel dat het materiaal waarmee je werkt miljoenen jaren oud is, en dat heeft wel iets. (...) Je zit een beetje aan de aardkorst te knabbelen." (6)

Tot het einde van de jaren tachtig gingen zijn beelden in de eerste plaats uit van het karakter van het gebruikte materiaal. Een steen bleef een stuk steen en ijzer bleef ijzer. De ingreep die hij pleegde op het materiaal was uiterst summier en bestond in hoofdzaak uit het bij elkaar brengen van verschillende materialen die elkaars vorm, karakter en eigenschappen aanvulden of bij uitzondering in twijfel trokken.

Plaatijzer

Sinds 1989 hebben de archaïsch aandoende beelden van Gjalt Blaauw plaats moeten maken voor meer geconstrueerde kunstwerken waarbij het materiaal niet meer bepalend is voor de vorm. Naast het door hem zo geliefde steen werkt hij inmiddels ook met plaatijzer.

"In steen heb je beperkte mogelijkheden met de moker en beitel. Wanneer je al een tijd met zwaardere dingen bezig bent dan wil je wel eens dingen doen met een ander materiaal. Plaatstaal is minder dwingend dan steen en biedt onbeperkte mogelijkheden."

Een scala aan combinaties, waarbij hij het spel met de zwaartekracht niet schuwt, ziet Blaauw aan zich voorbijtrekken. De belemmering die de kunstenaar voelde in het werken met steen, zette hem overigens al eerder aan naar andere mogelijkheden, naar een grotere vrijheid te zoeken. Zo experimenteerde hij in de eerste helft van de jaren tachtig met lichtere materialen zoals onder meer triplex.

Blaauw gebruikt plaatijzer op een eerlijke manier, zoals hij ook de steen zo puur mogelijk laat. IJzer bewerkte hij nogal eens met lijnolie om de ijzerkleur te behouden. Dit bleek echter erg onderhoudsgevoelig te zijn. Ook blanke lak was niet voldoende om het ijzer te conserveren en bovendien gaat het glimmen. Blaauw experimenteerde dan wel met coating in de kleur die het ijzer benaderde. Vanuit deze ontwikkeling is hij gaan experimenteren met kleur. Toch verloochent hij het ijzer als materiaal niet door het van verf te voorzien. Zo zijn bijvoorbeeld alle lasnaden duidelijk zichtbaar.

Opdrachten

In het kader van de tentoonstelling Lyrisch Schetsboel, ontwikkelde Blaauw een beeld voor de Piccardthofplas dat hij aan de rand van het water had gedacht. Als alles volgens plan verloopt zal het beeld in 1998 geplaatst kunnen worden. Hetgeen ook geldt voor zijn zeven meter hoge kunstwerk voor een van de binnentuinen van de Technische Hogeschool, ontworpen door het architectenbureau Karelse/Van der Meer. (7) In beide beelden combineert hij steen met ijzer, waarbij het ijzeren deel wordt gedragen door dolomietsteen.

Blaauw is inmiddels gewend met opdrachtsituaties in de openbare ruimte om te gaan. Behalve in de stad Groningen zijn andere beelden van zijn hand te vinden in onder meer Leeuwarden voor het politiebureau; in Grouw voor Rijkswaterstaat; in Drachten voor het Van Haersmapark; in Winschoten voor de Winschoterhogebrug en in Emmen, tijdelijk, bij het Noorderdierenpark waarna het naar een buitenwijk zal worden verplaatst.

De meeste werken van Blaauw, die in de openbare ruimte van de stad Groningen geplaatst zijn, betreffen vrij werk. Toch is er weinig verschil op te merken met de in opdracht vervaardigde kunstwerken. Hij weet de vaak sturende gegevens van de plek te trotseren, waardoor de intentie van zijn werk, niet in gevaar komt.

Tijdgenoten

Blaauws werk is door zijn ontwikkelingen moeilijk onder te brengen in een stijl of traditie. Wel zijn er bepaalde overeenkomsten te constateren, bijvoorbeeld in het bewerken van het steen, met de door Blaauw bewonderde Duitse kunstenaar Ulrich Rückriem. Ook kunstenaars als Richard Long, Carl André en Carel Visser komen in gedachte, doordat zij eveneens minimale, artistieke ingrepen verrichten of contrastrijke materialen aan elkaar relateren.

In iedere 'nieuwe' fase binnen zijn kunstenaarschap voegt Blaauw een nieuwe 'dimensie' toe aan zijn werk. Zeker is dat steen nooit van het toneel zal verdwijnen en dat de eigenzinnige Gjalt Blaauw ontegenzeglijk zijn eigen koers blijft varen.

Voetnoten
1) WijkeI, Ida., tent.cat. Gjalt Blaauw; Beelden 1970-1992, Fries Museum, Leeuwarden 1992, p.3.
2) Gesprek tussen auteur en Gjalt Blaauw, atelier Groningen, d.d. 14 augustus 1997.
3) Beeldende Kunstenaarsregeling die van 1949 tot 1988 kunstwerken aankocht voor de gemeenschap.
4) lbid noot 2.
5) Ibid noot 2.
6) Ibidnoot 1.
7) Dit werk vervaardigt hij in opdracht van de Hanzehogeschool, Groningen.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer