Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Gjalt Blaauw: een beetje aan de aardkorst knabbelen

  • Door: Els van den Berg
  • In: In beeld gebracht
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1998

Instituut voor Creatief Werk

Van Gjalt Blaauw (Grouw 1945) zijn meerdere beelden in de stad Groningen te vinden. De kunstenaar voltooide in 1969 zijn beeldhouwopleiding aan Academie Minerva te Groningen. Vooral de lessen van Karl Pelgrom, waarin het werkproces belangrijker was dan het uiteindelijke kunstwerk, spraken Blaauw aan. Pelgrom, die de academie in 1968 vaarwel zei, startte met anderen het Instituut voor Creatief Werk (ICW) in Finsterwolde. Hier sloot Gjalt Blaauw zich na voltooiing van zijn studie bij aan. Van een individueel kunstenaarschap was toen geen sprake meer; het ICW maakte als groep werk onder de noemer Interieur Anoniem. Zo werden alledaagse gebruiksvoorwerpen gecombineerd met andere materialen in grootse installaties. Het deed er niet meer toe wie wat had gemaakt. In 1970 nam de groep op opvallende wijze deel aan de tentoonstelling Binnen en buiten het kader, environments en situaties van jonge Nederlanders in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Hun hele Finsterwolder atelier bouwden ze na buiten de muren van het museum; ze woonden er met z'n allen en creëerden daarmee boven- dien een nieuwe entree voor het Stedelijk.

"Via een trap en een raam kon je van daaruit binnen het museum komen, in de zaal die ons was toegewezen'. Daar hadden we reproducties neergehangen van werken uit het Stedelijk Museum. Het was een soort tegenstelling tussen het verkalkte museum en de zogenaamde avantgarde." (1)
Omdat de leden van het ICW vonden dat een museum gratis te bezoeken moest zijn, kon het publiek kosteloos hun atelier/woning betreden. Kort na deze tentoonstelling viel de groep uiteen.

Individueel kunstenaarschap

Na het uiteenvallen van de groep richtte Blaauw zich geheel op het steenhouwen. Zijn eerste werk is Mannetje (1972), sinds 1975 te vinden op een eenzame plek in het Noorderplantsoen. (foto p.91) Hier zit een menselijke figuur achter een tafel, zijn handen rusten op het tafelblad. Het beeld is uitgevoerd 'in wit marmer (cristallino), heeft menselijke dimensies en is op een bijna schetsmatige wijze uitgehouwen. Zo is de ruimte onder de tafel enkel met een ondiepe uitsparing aangegeven. Van de grove figuur zijn armen en vingers nog net te onderscheiden. Het hoofd, zonder nek, rust direct op de romp. Ogen, neus en kin zijn minimaal weergegeven. Door deze grofheid heeft het beeld een archaïsche, antieke uitstraling. De tand des tijds heeft dit nog eens extra versterkt. Zo is in de twintig jaar dat het beeld in het Noorderplantsoen staat, een deel van de kin en neus verdwenen -het doet enigszins denken aan het verva lvan de beroemde, meer dan vierduizend jaar oude Egyptische Sfinx bij de piramide van Chafra te Gizeh - waardoor Blaauws beeld ouder lijkt dan het is.

Mannetje is het eerste, en tevens laatste, figuratieve beeld dat de kunstenaar uit steen hakte.
"Op de academie had ik wel aan portretboetseren gedaan, maar nog nooit een model uit steen gehakt. Karl Pelgrom had van die prachtige koppen gemaakt. Ik wou kijken of ik dat ook kon. Toen dat naar mijn idee gelukt was, kon ik weer verder; mijn nieuwsgierigheid was bevredigd." (2)

Steenbewerking

Aanvankelijk werkte Gjalt Blaauw voornamelijk in hardsteen. "Dat is lekkerder hakken," aldus Blaauw over zijn geliefde fysieke bezigheid. Een nadeel vond hij wel dat deze steensoort zo grijs is. De kunstenaar is daarom meer kleur gaan zoeken en kwam zo onder meer uit bij het groenige dolomiet. Blaauw probeerde in zijn bewerkingsproces de steen zo intact mogelijk te laten. Daarmee toonde de beeldhouwer in zijn werkwijze groot respect voor het materiaal.
"Je realiseert je natuurlijk wel dat het materiaal waarmee je werkt miljoenen jaren oud is, en dat heeft wel iets. (...) Je zit een beetje aan de aardkorst te knabbelen." (6)

Tot het einde van de jaren tachtig gingen zijn beelden in de eerste plaats uit van het karakter van het gebruikte materiaal. Een steen bleef een stuk steen en ijzer bleef ijzer. De ingreep die hij pleegde op het materiaal was uiterst summier en bestond in hoofdzaak uit het bij elkaar brengen van verschillende materialen die elkaars vorm, karakter en eigenschappen aanvulden of bij uitzondering in twijfel trokken.

Plaatijzer

Sinds 1989 hebben de archaïsch aandoende beelden van Gjalt Blaauw plaats moeten maken voor meer geconstrueerde kunstwerken waarbij het materiaal niet meer bepalend is voor de vorm. Naast het door hem zo geliefde steen werkt hij inmiddels ook met plaatijzer.

Voetnoten
1) WijkeI, Ida., tent.cat. Gjalt Blaauw; Beelden 1970-1992, Fries Museum, Leeuwarden 1992, p.3.
2) Gesprek tussen auteur en Gjalt Blaauw, atelier Groningen, d.d. 14 augustus 1997.
3) Beeldende Kunstenaarsregeling die van 1949 tot 1988 kunstwerken aankocht voor de gemeenschap.
4) lbid noot 2.
5) Ibid noot 2.
6) Ibidnoot 1.
7) Dit werk vervaardigt hij in opdracht van de Hanzehogeschool, Groningen.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer