Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Het Denkstertje

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 2013

Wie vanuit het centrum over de Paterswoldseweg richting het Stadspark gaat, kan haar tegenover de school aan de Verzetsstrijderslaan zien zitten: een nors kijkende blote meid in een krampachtige houding. Niet haar naaktheid maakt de aanblik ongemakkelijk. De gemiddelde kijker is in deze tijd wel wat gewend en het beeld heeft een dusdanige gladde en vloeiende stijl, dat weinig er nog aanstoot aan zullen nemen. Het model zelf lijkt het poseren gewoon te zijn en het ongemak ligt evenmin in haar norse blik, die aan de kijker voorbijgaat. Het probleem is meer… het zitten zelf. Het zijn enkel haar billen, linkerhand en –hiel die op de sokkel steunen. De rest van haar lichaam zweeft in een bijna onnatuurlijke staat. De zwaartekracht laat zich hier oncomfortabel gelden. Van voren bezien lijkt ze op een ontvleugelde, uit de hemel gevallen engel. We zien haar op het moment dat haar achterste de aarde raakt. Of wellicht lijkt zij meer op een moderne Icara die vloog naar de zon met vleugels van was. Hoogmoed komt nu immers voor de val, luidt het gezegde. Maar misschien is ook dit alles te hoog gezocht en hebben we hier te maken met een noordelijke denkster, of ‘penseuse’

Het beeld is vervaardigd door Groninger beeldhouwer Wladimir de Vries (1917-2001), die in 1960 de opdracht van de gemeente Groningen kreeg, teneinde de nieuw verrezen school verder op te fraaien. Aanvankelijk was het zijn bedoeling om een ruim drie meter hoog beeld van een meisjesfiguur te plaatsen, maar de gemeentelijke Raad voor de Kunst maakte bezwaar tegen de onnatuurlijke verhoudingen. Het eindproduct meet nu precies 1.15 meter. Jonge, ontluikende vrouwfiguren zijn een terugkerend thema in het werk van de kunstenaar. En hoewel dit beeld onmiskenbaar tot deze categorie kan worden gerekend, lijken de armen en benen van de puber buitenproportioneel te zijn uitvergroot. Het geheel doet onwillekeurig denken aan sommigen naakten van de Franse kunstenaar Matisse (1869- 1954), die een buitengewoon begaafd schilder was en zijn modellen ronder en vrouwelijker weergaf dan de natuur ze had toebedeeld. Beiden weerspiegelden er een belangrijke stap op het pad van de moderne kunst mee, waarbij natuur ondergeschikt raakt aan de (vorm)visie van de kunstenaar en waar het model loskomt van achtergrond en ruimte.

De volksmond gaf het beeld een naam mee, daar de maker zelf in gebreke was gebleven: “Het Denkstertje” . Hoewel zij in minder serieuze gedachten lijkt verzonken dan haar Franse tegenpool, De Denker (Le Penseur) van de beeldhouwer Rodin (1840-1917) -haar hand raakt net niet de kin om geleerdheid of contemplatie uit te stralen, haar ogen staan uitgesproken stuurs om verheffende gedachtes te verbloemen-, hebben beide figuren een introverte overpeinzing over zich en de afgeleide verkleinvorm is dan ook geen vergezochte titel.

“Ik denk aan je en durf je niet te zeggen dat ik je mis omdat je dat belachelijk vindt. En toch…. wanneer zal ik je eindelijk ontmoeten?

Rodins denker is een klassiek gezeten zwaargewicht: zijn hand raakt dit keer werkelijk de kin. De ogen staren glazig doch daadkrachtig in de verte. Ieder moment kan dit lichaam overgaan in daadkracht. Waar denkt hij aan? Overziet hij slechts de mislukking van een megalomaan (want veel groter gepland) project van een gedreven kunstenaar? Ook Rodin zelf heeft zijn beeld nooit de titel “Denker” meegegeven. Deze kwam van het volk, dat van nature graag eenduidigheid ziet tussen vorm en toenaam. Inmiddels kijkt hij vanuit alle windstreken mismoedig neer op de teloorgang van een decadente wereld, waarvoor hij door sommigen nota bene zelf tot symbool is verkozen. We kunnen slechts gissen naar hun gedachten, en daarin onze eigen overpeinzingen gereflecteerd zien.

“Mijn lief,
Heb ik jou geschreven het belachelijk te vinden dat je mij mist? Ik kan het mij niet herinneren. Misschien heb ik wel bedoeld dat je mij niet hoeft uit te leggen dat je mij mist, omdat een beminde zelf zoiets moet zien en voelen. Misschien voelde ik mij bezwaard, omdat ik niet wil dat liefhebben ook verdrietig maakt. Of misschien durfde ik gewoon niet te antwoorden dat ik jou ook mis. Misschien was het wel dat laatste. Maar dat je aan mij denkt, is al meer dan ik durf te vragen. En zolang ik ook aan jou denk, hoef jij mij niet te missen.”

Je denker”

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer