Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Portaal

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, juni 2011

Wie door de Folkingestraat in Groningen loopt, kan ongemerkt een bijzonder kunstwerk passeren. Het is zelfs zo onopvallend dat ik er eerst over moest lezen en naar moest zoeken om het te ontdekken. Aan het begin van de straat is in een blinde muur een bruine, houten deur geplaatst, boven een stenen opstapje. Het oogt als zoveel oude, verweerde deuren in de stad. Maar wie nauwkeurig kijkt, kan zien dat het massieve hout in werkelijkheid brons is. En er is nog iets bijzonders aan de deur: er mist een deurklink. Dit gegeven werpt onmiddellijk vragen op: wat herbergt deze deur? En waarom is zij gesloten? Mogen wij niet zien wat er achter verscholen ligt of is er een andere verklaring wellicht?

Het werk heet “Portaal” en is in 1997 gemaakt door beeldend kunstenaar Gert Sennema. Dit gebeurde in het kader van het project Verbeeld Verleden, Kunst in de Folkingestraat uit datzelfde jaar; een door de gemeente uitgeschreven kunstopdracht voor de straat. 'Portaal' was één van de winnende ontwerpen, en toont op symbolische wijze het thema van de kunstopdracht: een herinnering aan de kleurrijke geschiedenis van de Folkingestraat, en meer in het bijzonder aan de veelal vergeten geschiedenis van de joodse gemeenschap in Groningen, die zich centraliseerde in de Folkingestraat.

Rond het einde van de zestiende eeuw werd er voor het eerst geschreven over joodse inwoners in de stad. Lange tijd hadden zij geen recht om zich permanent te vestigen, en mochten zij niet samenscholen voor godsdienstige redenen. Vanaf 1711 veranderde dit, en met het toenemend aantal joodse inwoners in de stad ontstond de behoefte aan een synagoge: deze verrees kort daarna aan de Steentilstraat, en zo'n dertig jaar later kwam er ondanks protest en bedreigingen van de christelijke gemeente een synagoge in de Kleine Folkingestraat, waaromheen veel joden gingen wonen. Rond deze tijd mochten joodse vakmensen ook pas een lidmaatschap verwerven voor gilden, waaronder het gilde van vleeshouwers en handelaars.

De joodse gemeenschap in Groningen was rond 1940 in haar bloeidagen. Zij was gestegen van circa tien joodse inwoners in 1580 tot 1200 in 1840 en rond 1940 lag dit aantal nabij de 2400. Zij woonden in deze tijd verspreid over de stad, maar de Folkingestraat (of “Grote Straat”) was het kloppend hart van joods Groningen. Er waren talrijke vlees- en broodwinkels in de straat, die ook op zondag geopend waren en daardoor ook veel niet-joodse stadjers aantrokken. De inwoners van de Folkingestraat stonden erom bekend wel van een feestje te houden. Als de koningin kwam hingen zij in Oranjegezinde stemming groene slingers op, en wanneer de studenten bij de opening van het academisch jaar door de straat trokken, feestten de inwoners mee.

Rond 1940 hadden zich een aantal kleurrijke joodse winkeliers gevestigd in de Folkingestraat. Op nummer 5 en 5a had Zadoc Blok, oftewel “Blokkie”, zijn kledingwinkel gevestigd. Hij verkocht onder andere jassen, petten en broeken en stond bij mooi weer het liefst op straat met de deuren open om een praatje met voorbijgangers te maken en ze geïnteresseerd te krijgen voor zijn waren. Hij werd in 1942 door de Duitse bezetters weggevoerd, maar wist de oorlog te overleven. Zijn huis was toen door de gemeente echter al toegewezen aan de fruitkoopman Sietse Pama en zijn vrouw. Op nummer 7 bevond zich de banketzaak van De Beer, die erom bekend stond het beste banket van de stad te verkopen en grote aanloop had. Op nummer 23 zaten de fietsenzaak van Van Dam en de paardenslagerij van Jacob Vissel. Vissel en zijn vrouw Rika van Gelder werden vergast. Hun twee zoontjes overleefden de oorlog. Op nummer 33 was de slagerij van Hartog "baby" Gosschalk te vinden, die het beste vlees van de stad verkocht en dat in een smetteloze vitrine tentoonstelde, zodat er geen stofje bij kon. Op nummer 39 woonde Leo Bohemen, een lange sportieve man en werknemer van de kledingfabriek van de gebroeders Levie aan de W.A. Scholtensstraat. Hij was gehuwd met een niet-joodse vrouw en werd kort na het begin van de Duitse bezetting in zijn woning doodgeschoten door een Duitser of door een Nederlandse Nazi. De violist Bennie Behr die onder meespeelde met de bekende joods Amsterdamse zanger Leo Fuld woonde aan de Folkingestraat 51a en trad geregeld op in de stad. Op nummer 53 woonde Bram Haag, een jodenpoelier. Hij werd vergast tijdens de oorlog.

Na de oorlog was er weinig meer over van de eens zo bloeiende en kleurrijke joodse gemeenschap rond de Folkingestraat. Veel mensen waren vermoord en enkelen gevlucht naar het buitenland. In 1951 telde de joodse gemeenschap in Groningen nog slechts 225 mensen.

Dit kunstwerk is een bescheiden herinnering. Achter deze gesloten deur ligt de geschiedenis van de Folkingestraat verborgen. Een geschiedenis waar net zo onopgemerkt aan voorbij wordt gegaan als aan deze bronzen deur. Een geschiedenis die niet meer naverteld kan worden omdat de mensen die er eens leefden zijn overleden en voor een deel tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd. Dit verleden is onmogelijk opnieuw te betreden, te beïnvloeden of te veranderen en tegelijkertijd is het onmogelijk voor het verleden om nog te ontsnappen: zij zit veilig opgesloten, achter een eeuwig gesloten en klinkloze deur.


Bron: http://www.oocities.org/twilhaar/folkingestraat.html

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer