Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Pierluca

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, februari 2011

Wie in de stad over het Kattendiep loopt, kan een bijzonder beeld ontwaren. Ter hoogte van het casino torent een wankel ogende massa boven een betonnen sokkel uit. De bronzen brok opent, als ware het een log zeemonster, zijn geribbelde bek en richt deze ten hemel. Maar wanneer je een pas of wat opzij doet, vormt het brons niets dan abstracte vormen.

Het meest opvallend aan het werk is dat het uit één brok lijkt te zijn gemaakt, dat is opengescheurd. Het ziet eruit alsof het letterlijk door een bom uiteen gereten is. Niet alleen het gapende gat getuigt hiervan, maar ook de gerafelde structuur die het materiaal heeft gekregen op de breuklijnen (en die ook wel op de sporen van een paddenstoel lijkt). Dit vormt een sterk contrast met het verder gladde en effen metaal. Ook de afwisseling van strakke hoeken en rondingen zorgt voor contrastwerking. De sombere kleur en de dreigende manier waarop het werk op de sokkel balanceert bieden weinig verluchtiging voor de spanning en wellicht zelfs dreiging die het uitstraalt. Wat is de reden hiervoor?

Wellicht kan de ontstaansachtergrond van het beeld wat licht op de zaak werpen. De maker ervan is de Italiaanse beeldhouwer Pierluca degli Innocenti (Florence, 1926 – Parijs 1968). Hij leverde het werk, dat de toepasselijke naam “De Grote Verscheuring” draagt, in 1965 op, drie jaar voor zijn noodlottig overlijden. Pierluca had internationaal succes met zijn sculpturen en en ontving verschillende prijzen. Vanaf 1960 woonde hij in Parijs, waar hij een serie beelden maakte die een situatie uitbeeldden die op dat moment grote invloed had in Frankrijk, en die het alledaagse leven en de politieke situatie daar sterk beïnvloedde: de oorlog in Algerije.

De Algerijnse Oorlog was een bloedige strijd om onafhankelijkheid in Algerije. Het land was sinds 1830 een kolonie van Frankrijk. Daarvoor behoorde het tot het Ottomaanse rijk. Onder het Franse bewind werden grote stukken vruchtbare grond toegekend aan Franse kolonisten, die samen met Europese en joodse kolonisten al snel zo'n 10 procent van de bevolking in Algerije vormden en de pieds-noirs (zwartvoeten) werden genoemd. Zij maakten er al gauw de dienst uit. Na de Tweede Wereldoorlog roerden de Algerijnen zich steeds meer en toen er in 1948 massaal gefraudeerd werd door de Franse machthebbers tijdens de uitgeroepen parlementsverkiezingen, waarbij de bevolking ook haar stem kon laten horen, braken er tijden van verzet aan in de kolonie. De lokaal opgerichte en onafhankelijkheid nastrevende MTLD (Beweging voor de Triomf van Democratische Vrijheden) had het jaar daarvoor al de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen, maar werd sindsdien onderdrukt door de Franse autoriteiten.

Er was tot dan toe al wel gevochten door Algerijnse paramilitaire organisaties, maar vanaf 1954 splitste het FLN (het nationale bevrijdingsfront) zich af en verklaarde de Franse machthebbers de oorlog. Zij streden voor volledige onafhankelijkheid en probeerden hun doel te bereiken met aanslagen op de aanwezige Fransen in het land. Het FLN kreeg al snel steun van de Egyptische president Nasser en de reeds onafhankelijke buurlanden Marokko en Tunesië. Frankrijk vocht terug en zette een grote troepenmacht in, maar deze slaagde er ondanks vele aanhoudingen, martelingen en moorden niet in het FLN volledig uit te schakelen. Vanaf 1958 pleegde het FLN daarop tientallen bomaanslagen in Frankrijk en vermoordde de Franse politie op haar beurt vele als verdacht aangemerkte Algerijnen in eigen land.

De toenmalige Franse president De Gaulle zat evenals de Franse bevolking enorm met de kwestie in zijn maag. Met steun van de Franse kolonisten was hij tot president verkozen, maar hij zag ook in dat de oorlog een hopeloze situatie was voor de Fransen. Een referendum onder de Franse bevolking toonde dat een overweldigende 78 procent voor onafhankelijkheid van Algerije was. Nadat de Parijse politie onder leiding van (oorlogsmisdadiger) Maurice Papon op 17 oktober 1961 zo'n tweehonderd vreedzame Algerijnse demonstranten had doodgeschoten en de spanningen in de hoofdstad en de rest van het land tot een hoogtepunt waren gekomen, tekende De Gaulle op 18 maart 1962 met de Verdragen van Évian voor een onafhankelijk Algerije. De strijd had duizenden Fransen en vele honderdduizenden Algerijnen het leven gekost.

Pierluca heeft dit beeld waarschijnlijk tijdens het einde van de Algerijnse Oorlog, of kort na de beëindiging ervan, gemaakt. Het hoort bij een grotere serie over de kwestie, 'La Grande Lacerazione' genaamd. Zoals Picasso met zijn schilderij Guernica, en Ossip Zadkine met zijn beeld De Verwoeste Stad in Rotterdam, heeft Pierluca de verwoestende effecten van een oorlog willen verbeelden. Zowel het beeld als de concepten oorlog en verscheuring zijn min of meer abstracte gegevens, en men kan enkel gissen naar hoe Pierluca ze precies heeft willen uitwerken. Een gok zou zijn, dat zijn thema De Verscheuring betrekking heeft op de desastreuze effecten die een oorlog heeft op de bevolking: op gezinnen, families, groeperingen waar mensen uit gerukt worden.

In het geval van de Algerijnse Oorlog, was er ook sprake van een onderling verscheurde bevolking: een deel ervan vocht tegen de Fransen, maar een ander deel, de zogenaamde Harkis, vocht aan hun zijde, en een groot deel van hen is later in eigen land vermoord. Daarnaast was Frankrijk zelf ook verscheurd door de kwestie: een groot deel van de bevolking was tegen de oorlog en de kolonisatie op een zeker moment, terwijl de kolonisten en een deel van de militaire top er juist voorstander van was, en eigen milities had opgericht die de macht al moordend probeerden te behouden. De verscheuring die Pierluca heeft uitgebeeld toont de gapende wond die geslagen is, zowel onder de Algerijnse als de Franse bevolking en tevens in hun beider geschiedenis.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer