Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Edu Waskowsky's oorlogsmonument

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, mei 2009

Wie over de Verlengde Hereweg van of naar het centrum van Groningen fietst, passeert een groep beelden die wat mij betreft tot de meest indrukwekkende in de stad kunnen worden gerekend. Het betreffen een zestal pezige en grillig gevormde bronzen handen, die grijsblauw zijn uitgeslagen. Ze staan op gepaste afstand naast elkaar, elk op een eigen platte en vierkante betonnen sokkel. Met verwrongen vingers, waarvan sommige deels lijken te zijn afgebrokkeld, rijken ze omhoog richting de hemel. De vijfde in de rij rijkt net iets hoger en is net iets groter dan de anderen en heeft in de handpalm een uitsparing in de vorm van een menora: een Joodse 7-armige kandelaar, die symbool staat voor het Joodse geloof. De zevende sokkel is leeggelaten. Achter de beelden staat een onregelmatige en uit betonnen blokken opgetrokken muur.

Deze beeldengroep is ontworpen door Edu Waskowsky (1934-1976) en vormt een oorlogsmonument, ter nagedachtenis aan de ruim drieduizend Joodse Groningers die zijn omgekomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Waskowsky kwam oorspronkelijk uit Rotterdam, waar hij naast de ambachtsschool ook schilderlessen volgde aan de kunstacademie. Hij verhuisde in 1957 naar het Groningse Wedde, voordat hij zich in 1962 definitief in de stad Groningen vestigde. Hij werd bevriend met kunstenaars als Jo van Dijk, Henri de Wolf en Martin Tissing, met wie hij het kunstenaarscollectief Gr4K vormde.

Waskowsky schilderde aanvankelijk, maar legde zich vanaf 1958 ook toe op het maken van ruimtelijk werk, waaronder houten, ijzeren en metalen beelden. Hierbij kwamen zijn lasvaardigheden goed van pas. Later begon hij beelden te boetseren van messing. In 1965 toonde hij een selectie daarvan op een tentoonstelling van Kr4K in het Groninger Museum. Ook nam hij onder andere deel aan de achtste Biënnale in Middelheim (Antwerpen) en een tentoonstelling in het Rodin museum in Parijs (1966).

In 1969 kreeg hij van het comité Joods Monument de opdracht voor dit oorlogsmonument. Hij werkte eraan tot zijn overlijden in 1976. Op dat moment had hij al enige deadlines voor de onthullingsdatum gemist en was hij nog aan het werk met de zevende en laatste hand. In overleg met de initiatiefnemers en de nabestaanden is toen besloten om de zevende sokkel leeg te laten.

Wat maakt dat deze beeldengroep zo indrukwekkend is in mijn ogen? In de eerste plaats is het de vormgeving van de zes handen. De fragiele en tegelijk pezige manier waarop ze zijn weergegeven roept herinneringen op aan de gruwelijke beelden van uitgemergelde kampgevangenen. De handen lijken zich vanuit het graf naar de hemel uit te strekken, als in een laatste wanhopige poging zich vast te grijpen aan de wereld voor de onontkoombare ondergang. Ze drukken op een onheilspellende wijze dramatiek, angst en pijn uit. De manier waarop de handen zich uitstrekken, vastgrijpen, groot of juist klein maken geeft ze steeds een eigen identiteit, waardoor je je kunt gaan afvragen bij wat voor lichaam en persoon ze hebben gehoord, of zouden passen. Dit leidt de gedachten onwillekeurig terug naar de miljoenen omgekomen Joodse slachtoffers, die grotendeels anoniem voor ons zijn. Ook werpt de asociatie met gebarentaal zich op: zouden de handen ons iets duidelijk willen maken met hun eigen tekentaal?

In de tweede plaats is het de symboliek die Waskowsky erin verwerkt heeft. De zeven handen zouden oorspronkelijk staan voor de zeven armen van een menora en daarmee voor het heilige getal zeven. De redenen waarom 7 als een heilig getal wordt gezien zijn omvangrijk en complex, maar een aantal aanknopingspunten zijn het gegeven dat God de wereld schiep in zeven dagen, inclusief de zevende rustdag, Het bekendste bijbelse voorbeeld is het verhaal van Jozua die zeven dagen lang met zeven priesters en zeven trompetten rond de muur van Jericho liep, en op de zevende dag liepen ze zeven keer rond de stad, voordat ze een geschreeuw aanhieven en door de vibraties die zij veroorzaakten de muren instortten. Noach wachtte bovendien zeven dagen voor hij zijn duif losliet, er zaten zeven generaties tussen David en Christus en Bileam had zeven altaren opgericht om zeven stieren, lammeren en geiten te offeren.

Nu het werk echter onafgemaakt is en er maar zes handen staan, geeft dit het kunstwerk onbedoeld een nieuwe symbolische lading, aangezien dit getal in het Joodse geloof symbool staat voor ‘een onontkoombare juistheid’ maar ook voor het net niet vervolmaakte en er kan tevens het kwade mee bedoeld worden. Een bijkomende symboliek die zeker toepasselijk is gezien het thema van dit werk. De onregelmatige en afbrokkelende betonnen muur achter de beelden symboliseert het afbrokkelende en steeds verder ondermijnde en uitgeroeide jodendom onder het nazi-regime.

Elk jaar begint op 4 Mei de dodenherdenking bij dit gedenkteken. Van hieruit wordt naar de Martininkerkhof gelopen, waar kransen worden gelegd.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer