Wie in het herfstzonnetje de Ubbo Emmiussingel afloopt en de richting van het Hereplein aanhoudt, zal veel fietsers tegenkomen. Studenten op weg naar college of kroeg, stadjers beladen met plastic tassen van de markt, een enkele dichter op een statige herenfiets; de wereld draait aan je voorbij. Eén vertederend beeld echter doet dit alles stilstaan: dat van een vader die zijn kind fietsles geeft. Voor het eerst zonder zijwieltjes, je houdt je hart vast.
Het is het bronzen beeld “Fietsles”. Een mansfiguur houdt al rennende een klein kind in de nek vast, dat met grote inspanning op een fietsje rijdt. Het kind houdt het hoofdje enigszins scheef, heeft de mond geopend en de ogen half dichtgeknepen. Hieruit spreekt een grote inspanning, evenals uit de gekromd voortdrukkende beentjes en forse, bijna verkrampte greep waarmee het stuurtje wordt vastgehouden. Het bovenlichaam lijkt een beetje een S-vorm te maken en verraadt onbalans en onzekerheid.
De vader, aannemende dat dit vader en kind zijn, volgt de kleuter daarentegen met een geconcentreerde, daadkrachtige blik en gebogen hoofd. De pas die hij net, al rennende, heeft genomen is groot en vloeiend. De linkervoet is helemaal naar achteren opgetrokken, waaruit zijn vaart blijkt. Hetzelfde geldt voor zijn linkerarm, die ver van zijn lijf is verwijderd en naar achteren zwaait. De rechterarm van de vader is licht gebogen en zijn onderarm maakt een strakke, bijna horizontale lijn terwijl het de nek van het kind stevig vastheeft. Hieruit blijkt hoezeer de vader het kind sturing geeft en zelfs aandrijft.
Deze “fietsles” is gemaakt door de beeldhouwer Kees Verkade. Thema ervan is niet alleen de fietsles an sich, maar ook beweging, dynamiek, vluchtigheid en de band tussen vader en kind. Het in brons gegoten werk is in 1971 aan de Gemeente Groningen geschonken door de Bondsspaarbank. Aanvankelijk stond het aan de Vismarkt. Merkwaardig genoeg moest het in 1986, na meermalen vernield te zijn, uiteindelijk verplaatst worden naar de Ubbo Emmiussingel. Merkwaardig, omdat wel bekend is dat bepaalde vormen van beeldende kunst agressie blijken op te wekken bij sommige mensen, maar dit herkenbare en voor iedereen inleefbare werk wel het laatste lijkt te zijn dat hier aanleiding toe geeft.
In plaats van agressie zou dit werk juist vertedering horen op te wekken. Niet alleen vanwege het onderwerp ervan, maar ook door de wijze waarop het is vormgegeven. Beide figuren zijn in een langgerekte, ijle stijl weergegeven, die het fragiele van de situatie onderstreept. Beide figuren hebben bovendien op een ruwe manier gestalte gekregen. Het lijkt alsof de kunstenaar in alle haast en ter plekke dit beeld in elkaar heeft geboetseerd. Details moest hij weglaten en de streken en vingerafdrukken van hem zijn nog zichtbaar. Dit zorgt ervoor dat het beeld een minder gepolijste en een ‘ruwere’ indruk wekt. Hiermee wordt niet alleen vaart gesuggereerd, maar ook het vluchtige van het moment -deze stap die in een fractie van een seconde weer opgevolgd zal worden door een volgende en de mogelijkheid van een nieuwe situatie met zich meebrengt (zal het kind zijn evenwicht dan nog steeds hebben weten te behouden?)- wordt er goed mee onderstreept. Zoals de impressionistische schilders zo’n 120 jaar geleden hun impressies van vluchtige momenten omzetten in een vlotte en schetsmatige verftoets, zo is deze korte momentsopname op eenzelfde, bijna schetsmatige wijze vormgegeven. Het is alsof we slechts één plaatje van een film te zien krijgen, maar we kunnen ieder voor onszelf invullen wat eraan vooraf ging en hoe het zal aflopen.
Bovendien sluit deze stijl aan bij het thema. Niets is zo fragiel en beweeglijk als een op een fietsje kronkelende hummel. Door deze techniek is het fietsje zelf ook het toonbeeld van een gammel en onbedwingbaar lijkend voertuig. Het is enkel opgebouwd uit twee wielen, een frame, een zadel, stuur en fietslampje. De wielen zijn allesbehalve wiskundig correcte cirkels en lijken met hun tekortkomingen daaromtrent de bevallige gang van het kind tot een onvermijdelijk iets te maken. Voelt niet elk kind bij de eerste aanblik van een eerste ‘echte’ fiets ditzelfde moedeloos makende voorgevoel?
In deze fragiele lijnen schetst Verkade ons een verhaal. Je zou kunnen bedenken dat de vader het kind op weg heeft geholpen en dat nu het punt is aangebroken dat hij haar los moet laten. Een laatste duw van hem, een laatste krachtsinspanning van haar, een plaatje verder en beiden zullen alleen zijn.