Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Dokter Jacobs

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, maart 2010

Wie door de Oude Kijk in ’t Jatstraat loopt, kan ter hoogte van het Harmoniecomplex de ongemakkelijke ervaring beleven vanuit zijn ooghoek een strenge blik toegeworpen te krijgen door een norse uitsmijter. Wie durf heeft halt te houden en op onderzoek uit te gaan, zal weldra met moeite een glimlach onderdrukken. De bron van het ‘unheimische’ gevoel betreft namelijk (wederom) een bronzen (borst)beeld. Ditmaal kijkt een dame met breed uitstaand en omhoog gekapte haar je met een, op het eerste gezicht, minzame en hooghartige blik aan. De mondhoeken zijn strak naar beneden getrokken. Haar leeftijd is middelbaar en haar kledingstuk elegant, evenals de halsketting die ze hoog om de nek draagt. Onwillekeurig gaan je gedachten uit naar koningin Beatrix, zeker een standbeeld waardig, maar zij is het toch niet. Nee, het geheel roept een herinnering op aan vroeger, aan voorbije tijden waarin heren in rokkostuum en hoed verschenen en dames in ruisende rokken en ingesnoerde tailles. Het brons van dit portret heeft bovendien in de loop der jaren een bijna sepia-achtige gloed verkregen, wat de gedateerdheid van het uiterlijk van deze dame nog eens extra onderstreept. Wie is zij?

De gebeitelde tekst in de massieve betonnen sokkel laat geen twijfel over: dit betreft een krachtige vrouw uit de vorige eeuw: Aletta H. Jacobs. Stevig verankerd met beide benen op de Groninger grond. Dokter Aletta H. Jacobs! 1854 - 1929. Ik vraag me af of willekeurig welke jonge studente die het beeld bijna dagelijks passeert, mij zou kunnen vertellen wie zij was…

Aletta Henriëtta Jacobs werd op 9 februari 1854 geboren in Sappemeer, in een groot, joods gezin. Haar vader was huisarts en Aletta keek erg tegen hem op. Hij vertelde haar met passie over zijn werk en al gauw wilde Aletta, net als broer, zelf ook arts worden. De belemmering lag echter hierin, dat meisjes in die tijd nog geen arts konden worden. Zij mochten enkel de ‘jongedamesschool’ bezoeken en zich bekwamen in handwerken en conversatiekunde. Aletta mocht dan wel van haar ouders in de avonduren Frans en Duits leren, overdag hielp zij haar moeder in de huishouding. Maar Aletta teerde hierbij al snel weg en verlangde naar meer uitdaging. Nadat haar vader haar had bijgeschoold in Grieks en Latijn, behaalde zij in 1870 haar diploma als leerling-apotheker. Dit was de eerste stap richting het dokterschap.

Om kans te maken op toegang tot de universiteit, gelukte het Aletta om als enige jonge vrouw lessen te mogen bijwonen op de ‘Hoogere Burgerschool’ in Sappemeer. Eerder had een leerling-apotheker al vrijstelling verkregen van de liberale minister Thorbecke voor het toelatingsexamen voor de universiteit. Aletta schreef de minister een brief met daarin hetzelfde verzoek. Na enige communicatie werd haar deze toegezegd. Op 20 april 1871 werd zij een jaar op proef tot de universiteit toegelaten Daarna zou een definitief besluit worden genomen. Rond die tijd lag minister Thorbecke reeds op sterven. Aletta vroeg hem schriftelijk om zijn definitieve toestemming en sloot haar gunstige tentamenuitslagen toe. Kort na de dood van Thorbecke ontving Aletta postuum diens toestemming. Haar arts-examens behaalde zij vervolgens in 1877 en 1878 en werd daarmee niet alleen de eerste afgestudeerde vrouwelijke student in ons land, maar ook de eerste vrouwelijke Nederlandse arts. Bovendien promoveerde zij in 1879 als eerste vrouw in ons land tot doctor in de medicijnen.

In Amsterdam heeft zij lange tijd als huisarts gewerkt en zich ingezet voor de gezondheidszorg voor vrouwen in het algemeen en de anticonceptie in het bijzonder. Ook was zij een belangrijke voorstrijdster van vrouwenkiesrecht. Zij was medeoprichtster (en enige tijd voorzitster) van de ‘Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht’, alsmede lid van de ‘Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht’, waarmee zij internationale bekendheid verwierf. In 1884 trouwde zij de politicus Carel Victor Gerritsen (1850-1905), met wie zij een vrij huwelijk had.

Dit beeld van Aletta Jacobs dat geplaatst is in 1988 en gemaakt door de kunstenaar Theresia van der Pant, toont haar als een standvastige, krachtige en trotse vrouw. Haar houding is fier en haar blik bij nader inzien toch eerder erudiet dan hooghartig. Misschien een beetje vermoeid van de strijd? Haar hoge maatschappelijke status is weerspiegeld in haar kleding, verfijnde halsketting en elegante kapsel. Een echte dokter in die tijd.

Zelfs zonder deze achtergrondkennis valt aan dit kustwerk af te lezen dat de geportretteerde een vrouw van status en belang was. Wellicht dat haar Groningse wortels hebben bijgedragen aan haar nuchtere en vastberaden karakter. Beiden zijn verbeeld in dit klassieke beeld, zonder krullen en tierelantijnen. Maar of het belang doordringt tot de hedendaagse studentes die langs haar heen lopen, vraag ik mij af. Je zou kunnen zeggen dat daarmee Aletta’s doel bereikt is: Gelijke rechten en mogelijkheden voor vrouwen zijn gewoon geworden. Maar stiekem hoop ik dat het beeld tot leven komt en als een norse uitsmijter iedere eerstejaars aan een streng toelatingsexamen onderwerpt. Vrouwen én mannen!

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer