Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

‘Ultra’

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

Wanneer je in het centrum van Groningen langs de Emmasingel komt, verrijst letterlijk voor je ogen een markante vrouwfiguur. Ze heeft de minzame blik van een chique courtisane en maakt een zelfbewuste en elegante pose met haar bovenlichaam. Ze heeft dikke zwarte wimpers, een huid die bleek als porselein is en hoge jukbeenderen. Ze draagt een roestbruin korset, met onthullend decolleté, waarover een transparante fijnmazige jurk met cirkelende figuren is gedrapeerd, die de suggestie wekt van duur Brussels kant. De jurk is enorm lang en valt in fijne plooien tot ver onder haar bovenlichaam op de grond. Aan de achterkant van de vrouw is te zien dat onder de jurk een zogenaamde crinoline is geplaatst: een kooiconstructie van soepele stalen hoepels die veel (modebewuste) vrouwen vanaf de jaren '40 van de 19e eeuw om hun middel droegen om hun lichaam een elegante ('vrouwelijke') klokvorm te geven.

Bij deze Victoriaanse kledingstijl ging het erom het middel van de vrouw, met behulp van zowel korsetten als deze crinolines, zo smal mogelijk te laten lijken. Ook een ‘tournure’ kon hierbij helpen. Deze bestond uit rollen en gesteven stukjes textiel die boven de billen met bandjes om het middel werd bevestigd, om de bilpartij een opvallend ronde en uitstekend silhouet te geven. De vrouwfiguur aan de Emmasingel draagt ook een dergelijk tournure.

Tot zoverre beantwoordt de vrouwfiguur nog aan het clichébeeld van de chique dame, die vol zelfvertrouwen de wereld tegemoet treedt. De transparante jurk verhult echter niet dat de korte beentjes van de vrouw hulpeloos in het luchtledige bungelen. En in plaats van armen heeft ze vanaf halverwege haar bovenarmen puntvormige, roestbruine stalen protheses waarop ze steunt. De crinoline die onder haar rok zichtbaar is staat op wieltjes. Ze lijkt zich dus voort te slepen, als op een modieuze rollator.

De kunstenares die dit beeld van cortenstaal, gietijzer en roestvrij staal heeft ontworpen is Silvia B. Zij onderzoekt in haar werk veelvuldig de rol van heersende modes op het schoonheidsideaal voor de vrouw. Veel van haar realistische sculpturen zijn in eerste instantie heel aantrekkelijk en verleiden de toeschouwer om dichterbij te komen. Pas dan valt op dat hun schoonheid niet de normale is. Veel van haar figuren zijn hybride wezens, die het midden houden tussen mens en dier, pop of robot en tussen verschillende geslachten of leeftijden. Ogenschijnlijk gladde schoonheid ondermijnt zij bijvoorbeeld door middel van rare beharing of door fysieke tekortkomingen. Met haar werk vraagt Silvia B. je om na te denken over concepten als schoonheid en normaliteit. Ze onderzoekt de grenzen van deze begrippen en lijkt de toeschouwer te willen prikkelen om hetzelfde te doen en niet klakkeloos de heersende modes tot esthetische norm te aanvaarden.

In ‘Ultra’ heeft zij dit gedaan door de vrouwfiguur vol tegenstrijdigheden weer te geven. Enerzijds is zij elegant en chique, met een fraai gezicht en bovenlijf, anderzijds is haar onderlijf buitenproportioneel klein en onbeholpen en mist zij haar onderarmen.

De vrouwfiguur toont een scala aan mode-uitingen. Wat haar kleding en uiterst bleke teint betreft voldoet ze aan het chique Victoriaanse schoonheidsbeeld. In die tijd vond men blakende gezondheid (in de vorm van bijvoorbeeld een rode blos of bruine teint door de zon) ordinair en iets voor arbeiders. Rijke dames moesten uitstralen dat zij geen vinger hoefden uit te steken.

Een ‘interessante bleekheid’ wekte in die tijd overal bewondering. Het verkrijgen en behouden daarvan was echter niet zonder risico. Voor een blanke teint gingen vrouwen soms zo ver, dat zij zichzelf met giftige loodhoudende verf beschilderden, hun huid boenden en bleekten, kalkten en poederden, of dat zij gevaarlijke mengseltjes slikten. Dat dit de gezondheid van de vrouw niet ten goede kwam mag duidelijk zijn, maar het droeg bij aan haar lijdende en afhankelijke positie en dit was in het grote belang van de sociale status van haar echtgenoot.

Hetzelfde geldt overigens voor de strakke korsetten, waarmee het bovenlichaam van de dames vaak zo strak werd ingesnoerd, dat de taille het liefst in de buurt van een omvang van 40 cm. kwam. Het middel moest met twee handen omvat kunnen worden. Vrouwen vielen niet zelden flauw tijdens dit insnoeringproces, waarbij de buik werd platgedrukt en billen en borsten overvloedig moesten uitpuilen. Strakke korsetten pletten en verplaatsten namelijk de interne organen, drukten de longen pijnlijk samen waardoor uitademen moeilijk werd en maakten vrouwen zwak en duizelig. Ook vergroeiing van de ruggengraat, zwakke spieren en problemen bij bevallingen waren mogelijke complicaties van het dragen van een korset.

Bij goed kijken valt echter ook op dat de vrouw een piercing door haar onderlip draagt; bij uitstek een symbool voor een huidige schoonheidsopvatting en mode-uiting.

Het is bijna alsof de kunstenares deze vrouwfiguur heeft willen laten verbeelden hoe veel vrouwen zich, zowel in de hedendaagse maatschappij alsook in de lange geschiedenis, laten meeslepen door opgelegde modes. Haar vrouwfiguur lijkt ineens niet meer zo ongenaakbaar en zelfverzekerd, maar eerder een zich willoos voortslepend slachtoffer. Niet toevallig verbeeldt zij mode-uitingen die veelal een schadelijk effect voor de gezondheid van de vrouw konden hebben. De keuze voor het gebruik van onder andere roestig staal houdt wellicht ook verband met het thema van dit werk. Modes zijn vluchtig en tijdsbepaald en in dat opzicht net zo kwetsbaar voor de tand des tijds.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer