Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Groninger Stadsmarkeringen

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

Wie heeft niet minstens één van de vreemde en intrigerende stadsmarkeringen gezien bij het verlaten of terugkeren naar de stad? Waarschijnlijk weinig van ons. En wie heeft zich niet eens afgevraagd waar ze precies voor staan?

Naar aanleiding van het 950-jarig bestaan van de stad Groningen in 1990 kwam Frank Mohr, bekleder van verschillende bestuurs- en adviseursfuncties met betrekking tot beeldende kunst in de stad, met het plan om een aantal nieuwe en moderne stadsmarkeringen te plaatsen. Deze nieuwe en alternatieve stadspoorten zouden minstens vijftig jaar moeten blijven staan. De Gemeente was enthousiast en ondersteunde het plan. De Poolse Daniël Liebeskind, die zowel beeldend kunstenaar als architect, musicus en wiskundige was, werd gevraagd om een masterplan te ontwerpen.

Uitgangspunt hiervoor was de naam Cruoninga, zoals de stad als eerste schriftelijk was vastgelegd in een giftbrief van de Duitse keizer Hendrik III, in 1040. Het masterplan zelf kreeg de naam ‘ The Books of Groningen’. Het plan werd vormgegeven als een uit twaalf zware aluminiumplaten opgebouwd boekwerk, waarvan de verbindingsbouten eerst losgeschroefd moesten worden om de inhoud ervan te kunnen lezen. Op basis van elk van de negen afzonderlijke letters van Cruoninga koos Libeskind vervolgens acht kunstenaars uit verschillende disciplines, waaronder een choreograaf, een historicus, toneelschrijver, kunstenaar, econoom, architect en een filosoof, die zich met de afzonderlijke stadsmarkeringen dienden te gaan bezighouden. Zij stonden symbool voor de diversiteit van de Groningse bevolking en voor de internationale betrekkingen tussen mensen van verschillende disciplines, in de wereld van de toekomst.

In totaal werden er 9 stadsmarkeringen gebouwd, langs de stadsrand en de uitvalswegen naar de stad en één op het Martinikerkhof. Een rondrit langs alle markeringen is zo’n zestig kilometer lang. Op 14 december 1990 werden ze, tijdens de slotmanifestatie van het 950-jarig bestaan van de stad, onthuld.

De tiende en laatste stadsmarkering die onder leiding van Libeskind werd gebouwd is een put, die de Franse filosoof Paul Virilio liet bouwen op het Martinikerkhof, centraal in de stad. Het object is precies op de plek geplaatst waar tot 1672, binnenin de Sint-Walburgkerk, een waterput stond.

De grillig gevormde hoekpunten van de put van Virilio verwijzen naar de negen andere stadsmarkeringen. Hiermee is het object zowel letterlijk als figuurlijk het centrum binnen de denkbeeldige ring die getrokken kan worden tussen de buiten de stad gelegen stadsmarkeringen. Virilio meende dat de mens een centraal punt in zijn leven nodig heeft voor houvast en om te kunnen dromen. Deze put biedt een dergelijk centraal punt. Het ligt niet alleen centraal in de stad en ten opzichte van de overige stadsmarkeringen, maar door er een bik in te werpen kijkt de toeschouwer richting het middelpunt van de aarde. En vanuit de put kan de kijker theoretisch gezien vanuit de aarde omhoog, de grenzeloze hemel in kijken.

Als muze kreeg Virilio de mythologische figuur Narcissus mee. De relatie tussen hem en de put is duidelijk; Narcissus werd in de Griekse mythe zonder dit te beseffen verliefd op zijn eigen spiegelbeeld en verdronk tragisch toen hij deze probeerde te kussen. De put herbergt dit gevaar voor elk die erin kijkt.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer