Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Armando, Werkmanmonument (Der Baum), 1995, Heresingel (groenstrook tegenover nr. 36)

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, maart 2006

Wanneer je vanaf de Rademarkt richting de Heresingel loopt, kan de vijf meter hoge, in brons gegoten boomstam die in het midden van de groenstrook staat je bijna niet ontgaan. Als een dreigende, donkere schaduw staat de stronk tussen de rest van de bomen; zwaar, massief verweerd en pokdalig. De kruin lijkt resoluut te zijn afgehakt. Gezien zijn omvang zou de stam enkele honderden jaren oud kunnen zijn. Het kunstwerk oogt als een oude getuige uit vroeger tijden; deelgenoot van zowel mooie als verschrikkelijke gebeurtenissen.

Het werk is in 1995, tijdens het Werkmanjaar, in opdracht van de Gemeente Groningen gemaakt door de Nederlandse kunstenaar Armando (Amsterdam, 1929) als monument voor de Groninger drukker en kunstenaar Hendrik Nicolaas Werkman. Hij werd aan het eind van de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gefusilleerd in de bossen van Bakkeveen. Werkman was één van de bekendste leden van de Groninger kunstenaarsgroep De Ploeg, die in 1918 werd opgericht. Hij had een kleine uitgeverij in Groningen en maakte als Ploeglid onder andere affiches, uitnodigingen en catalogi. Ook bracht hij een eigen tijdschrift uit, "The Next Call", dat hij uitwisselde met avant-gardisten in Parijs, Antwerpen en Rusland. Tijdens de oorlog verzorgde hij samen met August Henkels, Ate Zuidhoff en Adri Buning onder de naam "De Blauwe Schuit" verschillende uitgaven, waarin zij in bedekte termen kritiek leverden op het nazi-bewind.1 Werkman stierf drie dagen voor de bevrijding van Noord-Nederland. De redenen voor zijn arrestatie en executie zijn nooit helemaal duidelijk geworden. Hij ligt begraven op de begraafplaats van Bakkeveen.

Bomen spelen een opmerkelijke rol binnen het oeuvre van Armando. Voor hem waren zij direct met de oorlog verbonden. Als jongen woonde hij dicht bij het beruchte Kamp Amersfoort en maakte hij de Tweede Wereldoorlog van dichtbij mee. Hij zag hoe het bos waarin hij speelde veranderde in een onheilsspellend kamp van de dood.

Ook Hendrik Werkman had een bijzondere band met bomen. Hij is niet alleen in de bossen gefusilleerd, maar hij haalde in zijn brieven ook meermalen het omhakken van bomen aan. Dit fenomeen heeft op beide mannen indruk gemaakt.2 Het was voor Armando dan ook snel duidelijk dat het Werkmanmonument een bronzen boom moest worden.

Hoewel de basis van Armando’s werk wordt gevormd door zijn persoonlijke oorlogservaringen, handelt het ook over meer existentiële en universele thema’s, zoals macht en onmacht, daders en slachtoffers, herinnering, vergankelijkheid en melancholie. Fascinatie voor geweld en kwaad en verbazing over de verraderlijke schoonheid ervan spelen een belangrijke rol binnen zijn oeuvre. Als kunstenaar en mens strijdt Armando bovendien tegen de vergetelheid. Na de oorlog was hij verbijsterd toen hij merkte hoe snel gruwelijke herinneringen werden weggemoffeld en het alledaagse leven weer werd opgepakt. Zelf vertikt hij dit en strijdt hij als het ware tegen de tijd. Hierover heeft hij gezegd: “de tijd slokt alles op, het gevecht tegen de tijd is een onzinnig gevecht, dat nooit goed afloopt. Misschien is het daarom zo’n fraai gevecht. Men raakt eraan verslaafd.”3

Een ander belangrijk thema in Armando’s werk is ‘het schuldige landschap’. Dat mag er nu vredig bijliggen, maar het is vaak getuige geweest van verschrikkelijke gebeurtenissen en zou daar volgens hem blijk van moeten geven. Het Werkmanmonument verbeeldt dit thema. De stam ligt er stil en roerloos bij, maar tegelijkertijd gaat er een mystiek soort dreiging van uit. Zo bezien kan de boom vrij letterlijk symbool staan voor het woud dat Werkman omringde toen hij gefusilleerd werd. De barsten in de stam, de knoestige uitstulpingen en inkepingen lijken echter ook meer algemeen te verbeelden hoe achter de façade van beschaving die in het dagelijks leven is opgetrokken, achter het laagje vernis, een werkelijkheid schuilgaat die rauw en minder fraai en gepolijst is.

Deze werkelijkheid stoot de kunstenaar af, maar trekt hem tegelijkertijd aan, aangezien het een onvermijdelijke keerzijde van de beschaving vormt. Iets verschrikkelijks kan schoonheid in zich dragen, net zoals iets moois onder de oppervlakte verrot kan zijn. Armando’s kunstwerk kan zo ook worden opgevat als een metafoor voor de oorlog op zich, voor de maatschappij of de mens zelf. Meer nog dan dat is het werk onderdeel van Armando’s strijd tegen de tijd en de vergetelheid en in die hoedanigheid een poging om de herinnering, in al zijn eerlijkheid en lelijkheid, levend te houden.


Armando: “En de natuur laat met zich sollen, dat heb ik zelf gezien. En ze trekt zich nergens wat van aan. Alleen de wind kan de bladeren doen beven. Schuldig bos, schuldig landschap.”

(Bron: Armando, De straat en het struikgewas, 1988.)4

1
Zie http://home.wanadoo.nl/ajkeizer/kunstenaars.htm#werkman.
2 Zie http://www.kunstopstraat.nl/index.
3 Armando, De straat en het struikgewas, 1988.
4 Zie ook In beeld gebracht, Groningen 1998.

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer