Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Farsi Largo/Making space

  • Door: Natalja Oosterbaan
  • In: Straatmagazine De Riepe
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

Wanneer je in het centrum van Groningen over het Waagplein loopt, kun je boven je hoofd een opmerkelijk beeld zien. Farsi Largo/Making space bestaat uit een man en vrouwfiguur, overspannen met donkere metalen draden. Zij is vanaf het onderlichaam uitgebeeld en is bevestigd aan een muur, haar armen uitstrekkend. Hij zweeft op zijn rug enkele meters van haar af, enkel bevestigd aan metalen draden, en strekt zijn armen in haar richting. Het werk is gemaakt door de in Ierland geboren maar in Italië wonende kunstenares Janet Mullarney.1 Zij kreeg deze opdracht van de architect van het Waagcomplex zelf, Adolfo Natalini.

Onwillekeurig moet ik bij het zien van dit werk denken aan de Metamorphosen van de Romeinse dichter Publius Ovidius Naso (43 v.C. - 17 n.C.). De Metamorphosen is een epos, oftewel een verhalend werk, waarin Ovidius allerlei Griekse mythen bij elkaar bracht waarin een gedaantewisseling (of een andersoortige verandering) voorkwam. Eén van de verhalen erin verhaalt over de metamorfose van de nimf Daphne. Het gaat als volgt:

Nadat de zonnegod Apollo, zoon van de oppergod Zeus, Cupido eens had beledigd met zijn weinig heldhaftige uiterlijk, liet Cupido hem uit wraak middels één van zijn pijlen verliefd worden op de nimf Daphne, dochter van de riviergod Peneus. Ondanks Apollo’s fraaie uiterlijk wil zij echter niets van hem weten; Cupido heeft haar hart namelijk geraakt met een pijl die elk liefdesvuur dooft. Tijdens één van haar vele jachttochten door het bos probeert Apollo haar in te halen, ondertussen verliefde smeekbedes tot haar richtend. Zij vlucht echter. Wanneer Apollo haar, snel als hij is, bijna kan grijpen smeekt zij haar vader ‘Ach vader! Help me! Een riviergod heeft toch macht? Bevrijd me van dit lichaam dat me veel te mooi deed zijn!’ Daphne verandert hierop langzaam in een laurierboom en haar gratie is het enige wat rest. Apollo blijft achter, de bast van de laurierboom verdrietig liefkozend. Om deze reden heeft Apollo een laurierkrans op zijn hoofd en heeft hij de laurierkrans tot een symbool voor Romeinse overwinnaars gemaakt.2

Zoals
Daphne langzaam van vleselijk lichaam in schors en blad verandert, zo lijkt de vrouwfiguur op het Waagplein juist langzaam uit het levenloze steen te voorschijn te komen. Zij vlucht niet, maar reikt daarentegen naar de man die enkele meters van haar af zweeft. Of wordt ze wellicht, nog veel tragischer, langzaam teruggezogen in het steen? Wanneer je naar de sculptuur Apollo en Daphne van de Italiaanse beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (1598-1680) kijkt zie je zelfs hoezeer dit waarschijnlijk ook op toeval berust, dat Daphne eenzelfde gezichtsuitdrukking en uitgestrekte arm heeft als onze vrouwfiguur. In Farsi Largo/Making space zie ik eenzelfde verlangen uitgedrukt als in Apollo en Daphne, alleen nu een dat wederzijds is. De mansfiguur lijkt langzaam richting de vrouw te zweven, zijn voeten ontspannen, maar zijn armen en handen maaiend door de lucht, in haar richting. De vrouw lijkt bijna wanhopig naar de man toe te reiken. Haar linkerhand houdt ze bij haar oor, alsof ze probeert geluiden op te vangen die bijna onverstaanbaar zijn. Haar mond is geopend, alsof zij iets probeert te zeggen. Het lijkt bijna alsof de beide figuren contact proberen te maken, maar hier de grootste moeite mee hebben.

Terwijl Bernini er in is geslaagd om zijn marmeren beelden zó te maken dat het lijkt alsof ze van zacht vlees zijn, gaf Janet Mullarney haar beelden juist een minder glad en gepolijst oppervlak. Je ziet op sommige plekken, zoals de hals van de vrouw, de inkepingen van beitels en schaven bijvoorbeeld nog. De lichamen zijn ondanks deze ‘ruwe’ afwerking in een classicistische stijl gemaakt, met geïdealiseerde proporties en zonder overdreven versieringen. Door hun kleur en textuur lijken haar beelden van steen of marmer gemaakt. In dat opzicht sluiten ze aan bij de omliggende gebouwen. Pas bij nalezing blijkt dat ze van hout zijn.

Mullarneys figuren zijn niet alleen met elkaar verbonden door hun kruisende kijkrichting en de manier waarop ze naar elkaar toe lijken te bewegen, maar ook door de metalen draden die in twee paren boven hen hangen. Er loopt een bundel van twee tussen de muur van het Newscafé en het Goudkantoortje en een bundel van de zijmuur van het Newcafé naar de nok van het dak. Ik las op de site van Kunstopstraat dat deze de communicatie tussen de figuren moet verbeelden en dat de kunstenares zich heeft laten inspireren door het Waagplein zelf, dat een typische ontmoetingsplaats voor mensen vormt. Hier stoppen ze om een praatje met elkaar te maken. Zodoende wordt de atmosfeer gevuld met communicatie en gedachtenstromen, die volgens de kunstenares even in contact komen met de gedachtenstroom van het beeld.

Op mij komen de metalen draden eerder over als een verstrikkend net, dat de beide figuren gevangen dreigt te houden in hun eigen wereld. Ze proberen zich eraan te ontworstelen, maar er hangt een zeker onheilsgevoel over het werk. Bijna alsof het een metafoor is voor de soms tragische verbintenis tussen man en vrouw. Een metafoor wellicht voor het eeuwige gevecht van beide om met elkaar verbonden te blijven.

1 http://www.janetmullarney.com/html/bio/index.html
2 Ovidius, Metamorphosen, Amsterdam 1993, 30-33.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer