Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Tussen gezichtsbepalend en bruikbaar

  • Door: Jola Meijer
  • In: Beelden in de stad Groningen
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1985

Op het wijde, lege schoolplein van de Rijksscholengemeenschap 'Kamerlingh Onnes' staan twee metalen platen van een opvallende vorm en kleur. De geometrische vormen, bepaald door de rechte hoek en de cirkel, passen bij de strakheid van de omgeving; de blauwe kleur daarentegen contrasteert met het overwegend rode gebouw. De twee delen zijn oorspronkelijk één geweest: een vierkant met een zijde van 2.80 m, dat door een cirkelsegment in tweeën gedeeld is. De twee delen zijn vervolgens uit elkaar geplaatst, op ruime afstand van de school. Er kan tussendoor gelopen worden, maar recht van voren gezien, vallen beide delen weer samen tot een vierkant. Wanneer de kijker zich verplaatst, krijgt hij alle fasen te zien, van volledig kwadraat tot twee strepen met daartussen een transparant volume.

De kunstenaar, Prosper Verwilligen, kreeg deze opdracht in het kader van de percentageregeling voor rijksscholen. Het gebouw werd in 1978 ontworpen door de architect A. van Linge om de eerste brede scholengemeenschap in de stad Groningen te huisvesten. Bij rijksscholen wordt dan een landelijke Adviescommissie voor kunstwerken aan scholen ingeschakeld. Deze commissie heeft vanuit een ruime ervaring de zaken goed geregeld en daardoor is de bij kunstenaars vaak gehoorde wens gerealiseerd om vanaf het begin van de bouw bij een project betrokken te worden. Al bij de planningsfase is Verwilligen met zijn werk begonnen.

Eerst werden twee kunstenaars, waaronder de uiteindelijk gekozene, uitgenodigd om een schetsontwerp te maken. Ze moesten uitgaan van het ontwerp van de architect en rekening houden met de wensen die de school koesterde. Daaruit kwamen twee verlangens naar voren en ook dit zijn weer standaardgedachten die telkenmale terugkomen: het werk moest gezichtsbepalend voor de school zijn en het moest gebruikswaarde hebben (1).

De vraag naar iets nuttigs is er typisch een van schoolleidingen, die hopen om het kunstbudget bijvoorbeeld te kunnen spenderen aan de zitelementen, welke door bezuinigingen moesten wegvallen. Gelukkig sloeg de Adviescommissie deze hoop onmiddellijk de bodem in. Terecht stelde zij, dat er in de laatste jaren al veel te veel het accent was gelegd op die gebruikswaarde, ten koste van het beeldende aspect. Bedragen voor kunstwerken mogen uitsluitend voor dit doel gebruikt worden en niet voor iets als tuin- of kantine-inrichting. Deze vervreemding van geld wordt in een dergelijke situatie heel beschaafd 'vermenging van budgetten' genoemd.

Gekozen werd voor een ontwerp van Verwilligen. Hij formuleerde zijn uitgangspunt aldus: "De gehele maatgeving van het gebouw is opgezet in een kwadraat moduulmaat. Bij mijn beeldende inbreng ben ik hiervan uitgegaan". Dit wil zeggen, dat bij het ontwerpen van de plattegrond van het gebouw van een vierkant met een vaste maat is uitgegaan. Elke oppervlakte binnen het gebouw bestaat uit een veelvoud van dat vierkant.

De kunstenaar ontwierp een plan dat bestond uit vijf onderdelen, die allen gebaseerd waren op de relatie bol/hol welke de staalplastiek bepaalt.
1. Een zelfstandig plastiek.
2. Een verandering in de verhoudingen van de ingang.
3. Een wijziging in de contour van de doorgang naar de overblijfruimte.
4. De 'bewegwijzering' voor de diverse lokalen en verdiepingen.
5. Een voorstel om in het drukwerk van de school: proefwerkpapier, rapporten, jaarprogramma's dezelfde vormgeving te laten terugkomen (2).

De eerste vier punten zijn in goede samenwerking met de architect gerealiseerd; het laatste project wacht nog op uitvoering. Het betekent overigens wel een zwichten voor de nuttigheidswensen van het schoolbestuur, waartegen de Adviescommissie zich in een eerdere fase zo manmoedig had verzet. Nu moet gezegd worden, dat de kunstenaar daarom wel een beetje gevraagd heeft door de manier waarop hij zijn opdracht heeft aangepakt. De verregaande integratie met de architectuur betekende, dat een deel van zijn inbreng door het gebouw werd opgeslokt, of er op zijn hoogst een marginale correctie van vormde. Wat hij dan als 'zelfstandige plastiek' heeft laten neerzetten lijkt eerder een driedimensionaal ontworpen briefhoofd te zijn, waarin zelfs met enige moeite de letters 'K' en '0' herkend kunnen worden.

In de nota Kunst en Kunstbeleid uit 1976 werd als eis gesteld, dat werk dat in het kader van de percentageregeling werd gemaakt, een relatie moest hebben met de architectuur. Verwilligen heeft deze eis eerder letterlijk dat esthetisch geïnterpreteerd. De staalplastiek is niet veel meer dan een verzelfstandigd element van het gebouw. Dezelfde vormen gebruikt hij voor zijn toegepaste kunst.

Geometrische abstractie was geen constant element in het werk van Verwilligen. Bij andere opdrachten, 'speelsituaties' en 'routings' bij scholen, onder andere in Leiden, paste hij dikwijls organische vormen toe, zoals paddestoelen. Niet alleen was het bij de Groningse opdracht de eerste keer dat de kunstenaar abstract-geometrische vormen gebruikte, ook was het voor het eerst dat in Groningen in het kader van een percentage-opdracht bij een school aan een met de architectuur geïntegreerd kunstwerk de voorkeur werd gegeven. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat de kunstenaar in deze onzekere situatie gegrepen heeft naar vormen, die ruim tien jaar eerder in de Amerikaanse Minimal Art ontwikkeld waren. Door deze van een plezierige kleur te voorzien, verzachtte hij het radicale karakter ervan tot een decoratief vignet.

Noten:
1. Gesprek van Jola Meijer met L. Huttinga, adjunct-directeur van de R.S.G. 'Kamerlingh Onnes', april 1983.
2. Verslag van Prosper Verwilligen over de opdracht uit 1979, aanwezig op de R.S.G. 'Kamerlingh Onnes'. Telefonisch gesprek van Jola Meijer met Prosper Verwilligen, april 1983.


Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer