Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Denkstertje

  • Door: Leo van der Laan
  • In: Beelden in de stad Groningen
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1985

In de stad Groningen staan meerdere beelden van de Groningse beeldhouwer Wladimir de Vries. De elders in dit boek besproken 'Landbouw en Veeteelt' op de Herebrug, het 'Veulen' aan de Radesingel en de 'Wisent' in het Noorderplantsoen zijn bekende werken van zijn hand. Een centraal thema in zijn oeuvre is de jonge vrouwengestalte, op een speels-erotische wijze uitgewerkt (1). Representatief daarvoor is, naast de 'Landbouw en Veeteelt', ook het 'Denkstertje' vóór het gebouw waarin de gemeentelijke pedagogische academie en de opleidingsschool voor kleuterleidsters zijn gevestigd.

Dit beeld staat verborgen in het struikgewas tussen de Paterswoldseweg en het schoolplein. Het betreft een naakte, ongeveer levensgrote meisjesfiguur in brons. Het meisjes zit, licht balancerend, op haar linkerbil. Ze heeft haar gezicht in de richting van de school gewend, waardoor ze deel lijkt te nemen aan wat zich daarbinnen afspeelt. Een verwijzing in deze richting is ook de naam, het 'Denkstertje'.

Deze titel refereert aan een beroemde voorganger, namelijk de 'Denker' (1879/,89) van Rodin. Maar anders dan Rodins 'Denker' die gespannen peinzend voorovergebogen zit, zijn hoofd ondersteunend met zijn rechterhand, leunt het 'Denkstertje' ontspannen achterover. Ze brengt haar rechterhand op bijna achteloze wijze naar haar kin en lijkt zo een luchthartige variatie op haar voorbeeld te zijn.

De vormgeving van de lichaamsdelen en hun onderlinge maatverhoudingen zijn opmerkelijk. Borsten en romp zijn klein en het middel smal, wat als typerend voor een jonge meisjesfiguur gezien kan worden. Benen, armen en hoofd zijn daarentegen erg fors en ook het gezicht wordt gekenmerkt door accentueringen: verhoudingsgewijs dikke lippen, een kleine neus, diep in het hoofd liggende ogen en een geprononceerd voorhoofd.

Het is waarschijnlijk dat De Vries bewust van de natuurlijke proporties is afgeweken, zeker wanneer we dit relateren aan een uitspraak van hem in een artikel over 'Landbouw en Veeteelt': ,,(-) als je een beeld buiten zet, verliest het altijd aan volume door de ruimte erom heen. Je moet altijd rekening houden met de omgeving waarin het komt te staan. De werking van een beeld is op de ene plaats heel anders dan op de andere. Als een beeld buiten vrij komt te staan, maak ik het daarom vaak iets zwaarder" (2).

Door middel van het aandikken van bepaalde lichaamsdelen bereikt de kunstenaar een krachtiger optisch effect en meer beeldende kwaliteiten voor de beschouwer. Omdat een beeldhouwer meestal met één soort materiaal en één kleur werkt, is hij altijd gedwongen om te overdrijven, bijvoorbeeld door ogen diep in het gezicht te plaatsen om een donkere kleur te suggereren. Dit geldt eens te meer, wanneer de kunstenaar naar expressie streeft. Dit resulteert bij het 'Denkstertje' in een merkwaardige tegenstelling: van de zijkant bezien heeft de meisjesfiguur een kinderlijk uiterlijk, terwijl ze frontaal bekeken aanzienlijk volwassener lijkt.

Het 'Denkstertje' is voortgekomen uit een opdracht binnen de éénprocentsregeling naar aanleiding van de nieuwbouw van de school. Deze opdrachtsituatie verliep niet zonder problemen. Wladimir de Vries werd in juni 1959 door de Gemeente benaderd om een ontwerp te maken voor een beeld. Dit resulteerde in een gipsmodel voor een staande meisjesfiguur van 3.20 m hoog, uit te voeren in Frans kalksteen. De Raad voor de Kunst keurde dit ontwerp af op grond van de argumenten, dat "
1e. bij een beeld met een hoogte van 3.20 m de ,kinderfiguur' verloren zal gaan;
2e. de voorstelling niet belangrijk genoeg is voor een beeld van dergelijke grootte, omdat het te weinig inhoud heeft;
3e. het hoofd te veel portret is;
4e. en de armen te fors en te kort zijn" (3).

Een door de Raad voor de Kunst ingeschakelde commissie met daarin onder meer de kunsthistoricus prof. dr. H. Schulte Nordholt en Johan Dijkstra, kunstenaar van 'De Ploeg', moest vervolgens de mogelijkheid bekijken van het inschakelen van een andere kunstenaar. Voor het echter zover kwam, maakte De Vries uit eigen beweging een nieuw ontwerp: het 'Denkstertje', dat wel door de Raad voor de Kunst werd goedgekeurd en waarvoor De Vries in maart 1960 de definitieve opdracht kreeg. Rond december 1962 werd het 'Denkstertje' bij de school geplaatst (4).

Qua afmetingen is dit beeld inderdaad van veel bescheidener formaat dan het eerste ontwerp. Met een maximale lengte van 1.60 m geeft zij beter een kinderfiguur weer. Daar staat tegenover, dat uit een vergelijking van het 'Denkstertje' met het eerste ontwerp, waarvan zich een foto in het Gemeentearchief bevindt, blijkt dat de gezichten sterk op elkaar lijken, evenveel "portret" zijn. Bovendien vertoont ook het 'Denkstertje' proportie-afwijkingen.

Blijft de vraag, waarom de Raad voor de Kunst het eerste ontwerp niet en het tweede wel heeft geaccepteerd. Waarmee het overigens niet de bedoeling is iets van de kwaliteiten van het 'Denkstertje' af te dingen, maar veeleer enige twijfels te uiten omtrent de beoordelingcriteria, die destijds door de Raad voor de Kunst zijn toegepast.

Noten:
1. Documentatie Groninger Kunstenaars, deel I , Beeldende Kunstenaars Documentatiecentrum, Groningen 1983.
2. L. Vinther, "Blote Bet, de Stedemaagd, of: Blijft dat zo naakt, schilder?", in: Groningen Toen ( 1983) , Groningen 1983, 53-64.
3. Brief van de Raad voor de Kunst aan B. en W. van Groningen d.d. 15-1-1960, Gemeentearchief Groningen, dossiernummer 1.851.38.06, deel 4.
4. Gemeentearchief Groningen, dossiernr. 1.851.38.06, deel 4.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer