Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Karl Pelgrom aan het Engelse Kamp

  • Door: Henriette Kindt
  • In: De Agenda (1988-1989) nr. 2
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

De percentageregelingen waar de rijksoverheid begin vijftiger jaren mee begon, mogen zo langzamerhand als een bekend begrip worden beschouwd. Bij nieuwbouw en forse verbouw wordt een percentage van de kale bouwkosten besteed aan beeldende kunst. Het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu liet in de jaren '70 bij de nieuwe rijksgebouwen opdrachten realiseren door Karl Pelgrom en Eugene Terwindt. Een opdracht, het kubusproject aan het Engelse Kamp, bij de gebouwen met de rode en groene baan boven op de hoek maakten de kunstenaars samen. Het andere, het Blauwe Lattenproject, is alleen door Terwindt gemaakt.

Duidelijk is het verschil in uitgangspunten van de kunstenaars te zien. Was Terwindt aanvankelijk een leerling van Pelgrom, later ontwikkelde hij zich in een andere richting. Hij koos voor de meer harde kunstvorm, die de concurrentie met de architectuur aankan. De vorm van omgevingskunst die op de Academie van Beeldende Kunsten in Arnhem school maakte, met ondermeer Peter Struycken. Heldere kleuren, een duidelijk geometrisch patroon en forse afmetingen zijn de kenmerken. Pelgrom daarentegen koos voor een omgevingskunst die integreerde met de omgeving, meer organisch van aanpak.

Het kubusproject bestaat van origine uit dertig kubussen, alle één bij één bij één meter. De kubussen maken deel uit van een geheel, waarin naast de architectuur ook de tuinaanleg betrokken was. Verspreid over het terrein en de gebouwen staan de kubussen in verschillende materialen en uitvoeringen. Marmer, brons, cortèn-staal, metaal en eenvoudig rondhout zijn vormgegeven door middel van de massieve kubusvorm, de omlijningen van de kubus, variërend tot het negatief van de massa, het gat.

Het kubusprojekt is niet erg populair geweest. Sommige gebruikers van de rijkskantoren vonden het projekt zo weinig passend, dat men zelfs overging tot verwijdering in 1977, terwijl nog niet eens alle kubussen geplaatst waren. 1) Verdwenen zijn ondermeer een samengeperste in kubusvorm, die op het parkeerterrein stond en andere kubussen zijn verplaatst naar de kelder. Nu, in 1988 ontbreken nog steeds een aantal kubussen, waaruit blijkt dat de toenmalige onverdraagzaamheid en het gemakzuchtig denken zijn overgegaan in volkomen onverschilligheid. Overigens is een eigenaar van kunstwerken, in dit geval de Rijksoverheid, verplicht tot het onderhoud.

Karl Pelgrom (1927) is autodidact. In 1956 is zijn werk bekroond op een tentoonstelling op de Keukenhof in Lisse. Hij maakte toen dierfiguren. In Leeuwarden zijn reliëfs van hem aan een bejaardencomplex aangebracht. Later is zijn werk anders van aard geworden en werd het idee steeds belangrijker, terwijl hij uitging van zijn directe omgeving. In 1962 vestigde hij zich in Oost-Groningen. Als docent aan Academie Minerva genoot hij faam, veel studenten vonden in hem een groot stimulator van een andere een nieuwe manier van werken.

Toen hij in 1968 werd ontslagen richtte hij liet Instituut Creatief Werk (ICW) op, dat een integratie van kunst en samenleving nastreefde. Hij maakte deel uit van de Stichting Beeld en Route, die in 1967 als eerste een beeldenroute door Groningen organiseerde, hetgeen landelijk veel navolging heeft gekregen. ICW heeft geëxposeerd in het Stedelijk Museum Amsterdam met de tentoonstelling Groeten uit Finsterwolde. De groep woonde toen in het museum en kon door het publiek vanaf de straat bekeken worden. De kunst maakte men onder meer van afvalmaterialen. Het werk was vaak provocerend van aard. Ook bij Albert Waalkens in Finsterwolde zijn tentoonstellingen te zien geweest, hij stelde deze groep een schuur ter beschikking.

De groep ICW is later uit elkaar gevallen door een verschil van opvattingen. Pelgrom woont al enige tijd in Amsterdam. Vorig jaar was zijn werk na een lange tijd weer in Groningen te zien in galerie Niggendijker. 2)

Al deze roerigheid uit de zestiger jaren is niet direct aan de kubussen af te zien, toch zijn ze een uitwerking van de toenmalige ideeën. Net als de architectuur geven de kubussen een tijdsbeeld weer. Kunst hoeft toch niet altijd functioneel te zijn, zoals het project van Frans en Marja de Boer-Lichtveld, dat de monotone kantoorkolossen overigens heel geslaagd onderscheidt in het blauwe, gele, rode en groene gebouw. Wordt het niet eens tijd dat de verdwenen kubussen weer teruggezet worden?

1) Ambtenaren Slepen Kunst Weg, 12-2-1977, Nieuwsblad van het Noorden.
2) Antikunstenaar Karl Pelgrom: "Ga Maar Kijken, Dat Ben Ik", Friggo Visser, 9-10-1987, Nieuwsblad van het Noorden.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer