Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

‘Communicatie’ of gewoon een vreemde vogel?

  • Door: Leo van der Laan
  • In: De Agenda (1993-1994) nr. 13
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

Het fruitorgel, de vervelingsklier, de insektensekte, een tentoonstelling het openbaar kunstgebit, het resistentie-orkest en het deskundologisch laboratorium en tijdschrift. Bedenksels en spotternijen, ontsproten aan het fantasierijke, brein van de in Groningen geboren Max Fyko Reneman (1923-1978). Kunstenaar en tandarts, hij was beide maar in welke volgorde liet hij zelf enigszins in het midden. "Het maken van vullingen is (-) strafwerk, ik zie daar nu eenmaal niets in”, maar het andere deel van de tandheelkunde, de prothetiek, interesseerde hem weer wel. Het maken van een kunstgebit en van een schilderij stelde hij op één lijn: "Beide scheppen orde in een chaos" ( 1).

Reneman verliet Groningen in zijn late jeugdjaren - het grootste deel van z'n leven heeft hij in het westen des lands gewoond - maar architect Coen Bekink haalde hem regelmatig terug naar het noorden voor beeldende kunstopdrachten. Drie in de stad Groningen, te weten glas-in-Iood en glas-in-beton voor de Maria- kerk in Corpus den Hoorn (1958), een zelfstandige plastiek op de dakrand van een telefooncentrale aan de Van Leeuwenhoekstraat (1961/'62) en een reliëf tegen een schoolgebouw aan de Pasteurlaan (1965).

Het beeld op de telefooncentrale heeft Reneman getooid met de titel 'Communicatie' maar deze vlag vermag de lading: de krachtige, expressieve vorm van een ineengedoken vogel, de vleugels gespreid en met loerend oog, amper dekken. De titel is vermoedelijk vooral bedoeld geweest om de opdrachtgever, de centrale directie van de PTT, tevreden te stellen. Zo het ijzeren beest al iets 'communiceert', dan de energieke agressie van een spiedende roofvogel die op het punt staat zich op een prooi te storten en zeker niet de dienstbaarheid van een snelle postduif die een bericht moet overbrengen.

De van huis uit katholieke Max Reneman had een fascinatie voor vogels. Het motief duikt keer op keer op in zijn werk in de jaren vijftig en zestig, in telkens wisselende gedaanten. Het had voor hem de waarde van een teken, de kracht van een algemeen en voor iedereen begrijpelijk symbool. "Kerkelijke kunst bestaat niet meer. Religieuze kunst? Alle goede kunst is religieus. Dat heeft niets te maken met heiligenbeelden en madonna's. Er moet een nieuwe iconografie komen, maar die kun je niet bedenken, die moet vanzelf ontstaan." Evenals de zon, dacht Reneman, zou het motief van de vogel na herinterpretatie daar een rol in kunnen spelen. Het schilderij 'Op weg naar de zon' uit het begin van de jaren zestig laat een merkwaardige visie op de ruimtevaart zien; een enorme vogel verlaat als door raketten aangedreven de aarde, op weg naar de zon. Kleine mensen juichen, feestslingers wapperen om de vogel heen. In streng gestileerde en groot gehouden vormen van beton is dezelfde voorstelling op een zijmuur van de school aan de Pasleurlaan te vinden.

“Waarom (-) bent u eigenlijk tandarts geworden?" vroeg een journalist in 1962 aan Reneman. “Ik wist niets anders. En het instrumenten maken zat mij 'n beetje in het bloed. Mijn vader had een zaak daarvan te Groningen en zo is het misschien gekomen." Tweeëntwintig jaar oud was hij, toen hij in Utrecht zijn doctoraalbul ophaalde. Tekenen zit hem kennelijk ook in het bloed. In 1947 in Amsterdam gearriveerd, nam hij een deeltijdbaan bij de Tandheelkundige verzorging voor Ziekenfondsverzekerden en les aan de Rijksnormaalschool voor Tekenleraren, een jaar later aan de afdeling Monumentale Schilderkunst van de Rijksacademie. Z’n begaafheid bleef niet onopgemerkt: tweemaal kreeg hij de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst en in 1951 de zilveren medaille van de Prix de Rome (hij weigerde die!)

In de jaren zestig en zeventig manifesteerde de veelzijdige Reneman zich nadrukkelijk in de Amsterdamse kunstwereld. Voorzitter van kunstenaarsvereniging 'De Keerkring', motor achter de jaarlijkse tentoonstelling van de vereniging in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum, optredend met onder anderen Pieter Holstein en Cor Jaring als 'deskundoloog' en met Robert Jasper Grootveld, en daarnaast scribent in de Nieuwe Linie en de Avenue. Tegelijk bleef hij tandheelkundige, zich specialiserend op het terrein van prothesen. Bij zijn dood liet hij een onvoltooid manuscript na over 'De toekomst van het kunstgebit', dat als eerbetoon in 1981 alsnog het licht zou zien.

Aan de overtuiging getalenteerd te zijn, schijnt het hemzelf trouwens soms ontbroken te hebben. Uit interviews treedt een man naar voren die kritisch was, periodes kende waarin hij twijfelde aan zijn kunnen en de schilderskwast zelfs neerlegde. “Ik heb een eindeloos geduld, zowel bij het maken van een gebit als van een schilderij. Ik ben niet gauw tevreden, ik wil een prothese maken die even goed is als mijn schilderij, en omgekeerd." Monumentale werken zoals betonreliëfs en glas-in-beton ramen voor
kerken en scholen in Utrecht en Groningen bestempelde hij niet lang daarna tot "interessante mislukkingen".

In interviews gaf Reneman er tussen de regels door blijk van niet in een stijlhoek geduwd te willen worden. "Ik kom uit Groningen (-) en daar toch is het expressionisme geboren, maar dat is bij mij afgezakt" en "ik ben realist geworden"( 1962). Dat kon hij dan wel zeggen doch het expressionisme heeft hem onloochenbaar een tijdlang aangetrokken en verwantschap met Cobra kan niet aan zijn werk ontzegd worden. Dit gaat beslist ook op voor de plastiek op de dakrand van de telefooncentrale. De kracht van tekeningen en schilderijen schuilt vaak in de spontaniteit en directheid waarmee het idee aan het papier of doek werd toevertrouwd. De beeldhouwer werkt met harde en weerbarstige materialen, ziet spontaniteit en directheid verloren gaan in een fysieke strijd met natuursteen of metaal. Of het komt doordat een scheepswerf, gewend te werken met staal, bij de vervaardiging betrokken is geweest (2), weet ik niet, maar wel dat de vogel de zeggingskracht van een eerste gedachte bezit.

1) Informatie over Reneman en zijn werk is ontleend aan recencies en interviews, met name 'Max Reneman maakt kunst en gebitten', in: Telegraaf, 1 december 1962; Ed Wingen, 'De nieuwe Symboliek van Max Reneman', in: Telegraaf, 14 mei 1966; Marius van Beek, 'Max Reneman exposeert in De Reiger te Utrecht', in: De Tijd/Maasbode, 23 mei 1966; en Ed Wingen, 'de "gevallen vlinders" van Max Reneman', in: Telegraaf, 6 juli 1968. Voorts heeft de auteur op 29 januari 1994 een gesprek gevoerd met architect Coen Bekink.
2) Volgens Coen Bekink werd het beeld vervaardigd door een scheepswerf in Amsterdam, wellicht de scheepswerf van de weduwe Ceuvel op de Hoogte Kadijk, waar in 1968 Renemans Monument voor Gevallen Vlinders' voor een ziekenhuis in Eindhoven is uitgevoerd.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer