Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

De PTT: een opdrachtgever van naam

  • Door: Leo van der Laan
  • In: De Agenda (1993-1994) nr. 11
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

Met de gereedkoming in 1992 van de nieuwbouw van het KPN-opleidings- en congrescentrum 'Meerwold' naast de Hoornse Dijk is Groningen in één klap twee beelden rijker geworden en niet bepaald de minste. Van de inmiddels 70-jarige Shinkichi Tajiri staat op het rotonde-achtige voorplein van het gebouw een van zijn bekende knopen. Het tweede beeld, een kunstwerk van Auke de Vries bestaande uit twee delen, is ook een beetje aan de inwoners van de stad geschonken. Het staat voor iedereen goed zichtbaar aan het voetpad langs de noordrand van het Hoornse Meer.

De zorg voor de gebouwde en ingerichte omgeving is niet uitsluitend een overheidstaak, of hoort het althans niet alleen te zijn. Zo hebben ondernemingen evenzeer de maatschappelijke plicht om tenminste voor goed ontworpen, het oog welgevallige bedrijfsgebouwen te zorgen. We moeten er met z'n allen per slot van rekening jarenlang tegenaan kijken. Of zou hun verantwoordelijkheid zelfs tot een eindje buiten de deur moeten reiken? Waarom niet structureel wat meer geld spenderen aan een bijzondere en semi-openbare groenaanleg of een beeld waar een ieder van kan genieten?! Recente voorbeelden in Groningen zijn ondanks de bouw'boom' van kantoren helaas op de vingers van een enkele hand te tellen.

De PTT heeft in het verleden een uitstekende reputatie opgebouwd op het gebied van toepassing van beeldende kunst in de werkomgeving en van de inschakeling van vormgevers en kunstenaars meer in het algemeen: denk maar aan de postzegels. Het valt te hopen dat dit beleid wordt voortgezet in de toekomst, dit jaar is de beursgang immers waarin geconcurreerd wordt met commerciële bedrijven en de resultaten moeten worden aangescherpt. De voortekenen zijn weinig bemoedigend. De tegenwoordige Koninklijke PTT Nederland steekt nog veel geld in 'styling' en een 'corporate image', maar de standaardprocedure om bij elke nieuwbouw een opdracht aan een beeldende kunstenaar te verstrekken, is al afgeschaft. Alleen in geval van grote bouwprojecten volgt men die regel nog, in Groningen bij het kantoor van de hoofddirectie naast het station, het computercentrum aan de DunantIaan en het opleidings- en congrescentrum.

De gebruikers van 'Meerwold', opgeleverd in 1992, worden zelfs tamelijk verwend met een hele serie kunstwerken, de meeste binnen. Slechts één overigens is in samenhang met de architectuur gemaakt: Han Schuil heeft de grijsgroene granieten vloer van de monumentale entreehal ingelegd met een gele 'explosie' en drie matzwarte vormen. De andere kunstwerken komen uit de huiscollectie en dat geldt ook voor de beelden buiten.

Auke de Vries (Bergum, 1937) hoeft geen boodschap' met zijn werk over te brengen, wil niet getuigen van een missie, maatschappelijk of anderszins. "Hij is tevreden over een beeld als het goed is om te zien (-)” in de woorden van Cor Blok (3), zodra de ruimtelijke verhoudingen tussen de samenstellende elementengoed zijn en de 'massa' (voor zover dit woord hier op z'n plaats is) zich goed verhoudt tot de zwaartekracht. Het werk wil wel uitdrukking geven aan een idee, De gebruikte vormen zijn deels terug te voeren op de alledaagse werkelijkheid. Grashalmen, takken en rietstengels, overspanningen, steigers, scheepswant of vlaggen, dingen die door de wind worden bewogen en zich weinig lijken aan te trekken van de zwaartekracht, in sommige gevallen haar wetten zelfs tarten. Of zoals hier vormen welke herinneringen oproepen aan een vlieger en een velopwaaiend papier. Hoog in de lucht hangen ze, aan dunne bronskleurige buizen die zich verjongen, daarmee hun ijlheid onderstrepend.

Om te voorkomen dat de onderkant na verloop van tijd door opschietend groen aan het zicht wordt onttrokken, zijn de beelden wel op sokkels van liefst anderhalve meter hoogte gezet. Waar de beelden en het groen elkaar 'tegenkomen', zal duidelijk zijn: in een idee van omhoog willen. De beelden hebben iets on-definitiefs, alsof ze ieder moment een andere gedaante kunnen aannemen, en de richting van de beweging is onbepaald, het kan eigenlijk alle kanten op. Dat heeft zeker ook te maken met de op het oog onlogische en onmogelijke verbindingen tussen de onderdelen. In hun fragiliteit ligt zelfs de suggestie van plotseling afbreken en vallen besloten. Een bedrieglijke indruk, want technisch steekt het allemaal prima in elkaar.

2) Telefonische mededelingen van de kunstenaar, d.d. 3 januari 1994.
3) Tent. catalogus Rotterdam 1988: C. Blok, Auke de Vries, Beelden/Sculptures/Skulpturen 1980-1987, Museum Boymans-Van Beuningen, Rotterdam 1988, p. 12.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer