Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Hoopgevende reliëfs

  • Door: Leo van der Laan
  • In: De Agenda (1991-1992) nr. 2
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

De naam staat nog boven de ingang aan de Verlengde Hereweg: R.K. Ziekenhuis, in gebeeldhouwde letters. Het complex in Helpman is eind jaren zeventig veel bekender geworden als één van de grootste krakersbolwerken in Nederland. Aan de oude functie herinnert de voorgevel van het hoofdgebouw. Deze draagt reliëfs met religieuze voorstellingen, een bevestiging van 'christelijke' waarden als naastenzorg en barmhartigheid. Ze zijn een voorbeeld van kunst voor de gemeenschap. Weliswaar voor een katholieke gemeenschap, maar de boodschap is toch bevattelijk voor iedereen; hier kan men verzorging en genezing vinden of, zoals in de top valt te lezen, 'Behoudenis der Kranken'.

Met de beeldhouwkunst is het in Nederland na de 17de en 18de eeuw een tijd niet goed gegaan; het verhalen van de historie moet hier maar achterwege blijven. Pas in het laatste kwart van de 19de eeuw werden aanzetten gegeven tot een herleving van de beeldhouwkunst in het algemeen en de monumentale beeldhouwkunst in het bijzonder en zo rond 1910-1920 zou het tot een eerste, bescheiden bloei komen. Een generatie kunstenaars was opgestaan, die voor de bewerking van natuursteen geen beroep meer hoefde te doen op een uitvoerder of 'practicien' en die zich artistiek gezien had afgekeerd van de historiserende en classicistisch-idealiserende opvattingen aan de oude kunstacademies en juist naar andere bronnen zocht. De opleving ging en hing ondermeer samen met vernieuwingen die het kunstonderwijs en ook de bouwkunst in ongeveer dezelfde periode doormaakten. Omdat die beeldhouwers veel samenwerkten met architecten, zijn ze wel de 'bouwbeeldhouwers' genoemd.

Groningen had Willem Valk, langdurig onbetwist de enige prominente beeldhouwer. Waren er anderen? Zeker, maar zij boetseerden en hakten meer in anonimiteit. Een klimaat waarin de plastische kunst kon gedijen was afwezig, schijnt het toe. Aan de Academie 'Minerva' heeft het vak boetseren lang een ondergeschikte plaats in het onderwijsprogramma gehad (bijvoorbeeld diende het in de vorige eeuw louter ter ondersteuning van het teken- en schilderonderricht), tot 1921 heeft het bovendien aan een inspirerende en actieve docent ontbroken (wie kent nog Johan Peddemors, in 1883 aangesteld?) en architecten hebben niet overdreven veel opdrachten voor de versiering van gebouwen te vergeven gehad.

Zo iemand op de wat schemerige achtergrond was Wim Haver (1870-1937), kunstenaar op een breukvlak van periodes. In Amsterdam geboren en volgens vertrouwde regels onderwezen aan de Rijksacademie onder Stracké en Leenhoff, daarna bij een houtsnijder/beeldhouwer in de leer gegaan en in 1893 verhuisd naar Groningen om er als houtsnijder in dienst te treden bij meubelfabriek Huizinga aan de Bleekerstraat. Later heeft Haver zich toch zelfstandig gevestigd, hoewel hij 'freelance' opdrachten voor Huizinga is blijven uitvoeren. Stellig lag Havers grootste kracht, zowel technisch als artistiek, op het gebied van de houtsculptuur, waarbij hij gevoelvol de vernieuwingen in de kunst aan het begin van onze eeuw volgde, ook in het vrije werk met een neiging tot het decoratieve. Traditioneel is daarentegen zijn 'steenwerk', zoals een sluitsteen met ramskop (1916) bij de A-brug en twee kunststenen reliëfs (1925} aan de Kleine Butjesstraat. Ik heb ook het vermoeden gekregen dat Haver weinig ophad met steenhouwen of het matig beheerste; niet alleen zijn de werken in natuursteen op de vingers van een hand te tellen, bovendien heeft hij tussen 1920 en 1925 bij een paar grote opdrachten de jonge Valk ingeschakeld die in elk geval vaardig natuursteen kon bewerken en voor wie wat extra inkomsten tijdens z'n vroege Groningse jaren wel welkom waren.

Wim Havers belangrijkste opdracht ooit is bij mijn weten de uitwendige opsmuk van het vm. Rooms-Katholiek Ziekenhuis geweest. Het op 25 maart 1925 feestelijk geopende gebouw is, typerend voor verzuild Nederland, een katholieke co-produktie geworden. Architect A.Th. van Elmpt en Haver en de kunstschilder F.H. Bach, die een schoorsteenboezem mocht verfraaien, waren dit geloof toegedaan. Uit bestektekeningen van april 1922 blijkt, dat er al in een vroeg stadium aan werd gedacht om het middenrisaliet, waarin zich de hoofdentree bevindt, door een fors reliëf in de geveltop te versieren. Later zijn daar nog twee kleine tegels en een gebeeldhouwde archivolt rond de ingang bij gekomen, alles gemaakt in zandsteen. De drie voorstellingen bovenaan: van Christus Salvator staande achter Maria als troostster der zieke, van een anker en van een papaverplant, moeten staan voor de goddelijke deugden geloof, hoop en liefde. De ingang kreeg een omlijsting in de vorm van een passiebloemstreng, een verwijzing naar het lijden van Christus. Althans de ontwerpen voor de reliëfs moeten op grond van stijlvergelijking en informatie van de kleinzoon van de kunstenaar uitsluitend aan Haver worden toegeschreven, maar de uitvoering is een ander verhaal; daar heeft Valk beslist een fiks aandeel in gehad. Het hakwerk werd gedaan in Valks atelier aan de Schoolholm.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer