Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

‘Phyllotaxis’: Een beeld van Sjoerd Buisman in het Voorpark Stadspark

  • In: De Agenda (1995-1996) nr. 17
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen

In 1994 organiseerde het Centrum Beeldende Kunst een aantal tentoonstellingen rond kunst in de openbare ruimte, onder de titel 'Lyrisch Schetsboek voor de stad'. Een van die tentoonstellingen was 'De Bron'. De kunstenaars die hiervoor uitgenodigd werden (Hans van Bentem, Gjalt Blaauw, Sjoerd Buisman Tilly Buy & Gerard Groenewoud, Sonja Oudendijk en Joseph Semah) waren gevraagd vanwege de poëtische zeggingskracht van hun werk. Met 'De Bron' wilde het CBK de relatie leggen tussen het autonome werk en de openbare ruimte. Aan de deelnemende kunstenaars werd gevraagd een beeld te maken voor de tentoonstelling in het CBK. Tevens werd hen gevraagd een ontwerpschets te maken voor een kunstwerk op een plek in de stad Groningen.

Bij dit laatste werd de locatie niet aangewezen en er werd geen opdrachtomschrijving meegegeven. Het streven was om zo min mogelijk beperkende voorwaarden te stellen, zodat de vrijheid die er is bij het maken van autonoom werk, zoveel als mogelijk benaderd zou worden. Bij kunst die gemaakt wordt voor de openbare ruimte moet de kunstenaar vaak rekening houden met een aantal randvoorwaarden (de plek, duurzaamheid etc.) welke behoorlijk beperkend kunnen zijn. Beperkingen die de kunstenaar zichzelf niet op hoeft te leggen wanneer hij/zij werk maakt in het atelier. Vandaar de gedachte dat dit autonome werk, wat immers veel meer vrijheid biedt, als inspiratiebron functioneert voor de kunst in de opdrachtsituatie. Deze gedachtengang impliceert niet dat de kunst in de opdrachtsituatie als afgeleide van de autonome kunst, tweede rangs zou zijn. Het betekent wél dat autonoom werk de bron is voor kunstwerken in de openbare ruimte,en dus bepalend voor de nagestreefde kwaliteit. Met de werkwijze bij 'De Bron' wilde het CBK de directe relatie onderzoeken tussen het autonome werk en kunstwerken in de openbare ruimte van diezelfde kunstenaars. Van de zes schetsontwerpen die hieruit volgden worden er in ieder geval twee uitgevoerd; het ontwerp van Gjalt Blaauw en dat van Sjoerd Buisman.

Het beeld van Sjoerd Buisman zal binnen enkele maanden worden geplaatst. De kunstenaar koos als locatie het nieuwe 'Voorpark' van het Stadspark. Op de kop van de vijver zal een 7 meter hoog bronzen beeld van zijn hand verschijnen.

Sjoerd Buisman begon eind jaren zestig te werken met de natuur als beeldend materiaal voor zijn kunstwerken. Deze werken hielden het midden tussen kunst en experimentele/wetenschappelijke proefnemingen, waarbij Buisman zocht naar de grenzen van de wetmatigheden in natuurlijke processen. Zo onderzocht hij ondermeer de invloed van licht op de groei van planten wat er gebeurt als planten gedwongen worden ondersteboven te groeien, de invloed van plaatselijke insnoering en wat voor afwijkingen zich in de groei voordoen ten gevolge van externe beïnvloeding. Afgezien van de ingrepen die Buisman zelf uitvoerde (in laboratorium en landschap), heeft hij afwijkingen in de groei die in de natuur voorkomen uitputtend gedocumenteerd. Die fascinatie voor pathologische verschijnselen zou wat kil over kunnen komen, als ging het puur om vivisectie op planten en gewassen. Deze belangstelling komt echter voort uit een oprechte verwondering om wat de natuur te bieden heeft. Het gaat dus niet om een koele, wetenschappelijke benadering, maar veeleer om een exploratie van de 'wonderen der natuur’.

Deze ontdekkingstocht leidde naar verre landen zoals Venezuela, het Caraïbisch gebied, Indonesië, Maleisië en de Fillipijnen, waarvan Buisman met veel materiaal (foto's, tekeningen, gedroogde bladeren) terugkeerde. In dit onderzoek verschoof de aandacht van de kunstenaar van de pathologische uitwassen naar een concentratie op de innerlijke orde van natuurlijke processen, de groeiwijze en ontwikkeling van bladstanden. Hij ontdekte wetmatigheden in de natuur en ging de getallenreeks van Fibonacci toepassen. Op zijn reizen in de tropen ontdekte Buisman de phyllotaxis, de spiraalvormige groeiwijze die wij hier bijvoorbeeld kennen van selderij. De jaren van onderzoek, de reizen en het werken met de natuur in de natuur lijken samen te komen in Buisman's relatie tot de spiraal, als samenvattend symbool van al wat hij had ervaren. (1)

Buisman ziet de spiraal als een vorm die de natuur in haar hele structuur lijkt te bevatten. Aan die vorm ligt een streng principe ten grondslag, die een richting aangeeft waarvan niet afgeweken kanwlorden. De spiraal vertrekt van haar uitgangspunt en ontwikkelt zich onafgebroken, als een symbool van innovatie, van leven en dood. (2) De spiraal is belangrijk in Buisman 's werk en nu niet als documentair gegeven, maar als een thema voor vele variaties in autonome sculpturen. De spiraal en de spiralende bladstand vormen een bron voor vorm- en materiaal-onderzoek. Naast een oer-vorm van de natuur is de spiraal ook een veel voorkomend motief in de beeldende en decoratieve kunsten. Men ziet de vorm terug in pilasters en zuilen van Romaanse kerken, Arabisch/Moorse architectuur en ook in de torsie van het menselijk lichaam in bijvoorbeeld sculpturen van Bernini. (3) Buisman gebruikt de vorm in vele variaties (staand, gestapeld, verzonken in de aarde, liggend, als doorsnede) en voert haar uit in vele materialen (brons, beton, hout, papier-maché, gietijzer), maar altijd voldoen de beelden aan bepaalde wetmatigheden.

Zo voldoet ook de Phyllotaxis die voor Groningen is gemaakt aan een natuurlijke wetmatigheid. De verhoudingen en draaiingen ten opzichte van elkaar van deze staande phyllotaxis zijn berekend, met als uitgangspunt dat er een natuurlijk evenwicht uit moet spreken. Het verschil in de lengtes van de onderdelen en de draaiingen ten opzichte van elkaar zijn niet toevallig, maar volgens een bepaald principe berekend. Hierdoor wekt het beeld tegelijkertijd een indruk van evenwicht en uit balans zijn. De delen zijn steeds 120 graden ten opzichte van elkaar gedraaid, waardoor het bovenste (1e) deel correspondeert met het vierde deel, het tweede deel met het vijfde deel etcetera. De onderdelen nemen naar boven in lengte toe en in omvang af.

Buisman koos voor een locatie in het Voorpark Stadspark, omdat hier een duidelijke relatie is tussen het concept van het beeld en de natuurlijke groene omgeving.

De relatie met het autonome werk van Sjoerd Buisman is evident. Zijn beelden zijn representanten van zijn concept en hebben allen een poëtische, intrinsieke waarde. Barbara Worwag schreef over de werken van Buisman: "Voorafgaand aan alle werkzaamheden in en met de natuur staat het geraakt zijn door die natuur. Sjoerd Buisman heeft bij het tot stand brengen van zijn werken het standpunt verlaten waarbij systemen van buitenaf bepalend zijn, en geleerd zich in de processen van de natuur te bewegen. Zijn zien en laten zien door het medium van de kunst geeft de mogelijkheid de werkelijkheid en de waarheid van de natuur aanschouwelijk te begrijpen."

1: Oxenaar, R.W.D., Sjoerd Buisman 1967-1992, Amsterdam, 1992, blz. 126
2, 3: Hefting, P., Het grote gedicht, Gent, 1994, blz. 31

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer