Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Zes handen voor een muur

  • Door: Fred Leeman en Hillie Smit
  • In: Beelden in de stad Groningen
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1985

Oorlogsmonumenten behoren tot de lastigste opgaven die een beeldhouwer kan krijgen. Wanneer er, zoals bij het joods Monument aan de Hereweg, ook nog eens sprake is van een lijdensweg bij de realisering, een weg die pas met het overlijden van de kunstenaar Edu Waskowsky op oudejaarsavond 1976 ten einde liep, wordt het bijna ondoenlijk om de emotielagen weg te pellen tot het kunstwerk in het monument te voorschijn komt. Ook al is het niet juist om in dit korte bestek op de vele verwikkelingen rond de oprichting van het joods Monument in te gaan, toch valt er niet aan een korte schets te ontkomen omdat anders de vorm, waarin het zich aan ons presenteert, niet te begrijpen is.

Na het overlijden van de schrijver Nico Rost, die zich steeds had ingezet voor het levend houden van de herinnering aan de 3000 joodse Groningers die in de oorlog om het leven zijn gebracht, werd een comité opgericht dat zorg moest dragen voor de totstandkoming van een herdenkingsmonument. Door middel van een collecte en dankzij schenkingen werd het bedrag bijeengebracht, dat men dacht nodig te hebben. Op 16 januari 1969 werd besloten aan Waskowsky de opdracht te geven om een ontwerp te maken. Als richtlijn kreeg hij mee, dat het monument een menora moest bevatten, de zevenarmige kandelaar die in de tempel van koning Salomo stond en die een symbool van het joodse volk is geworden (1).

Niet weinig verbaasd zullen de commissieleden geweest zijn, toen hen op 19 april van hetzelfde jaar een model werd gepresenteerd voor een gigantisch monument, bestaande uit een onregelmatige muur met daarvoor zeven bronzen handen, deels liggend, deels staand uitgevoerd (2). In de hoogste hand was een opening uitgespaard in de vorm van de menora. Men was kennelijk zeer onder de indruk van het voorstel van Waskowsky, want op drie mei kreeg hij de opdracht om het monument te maken (3). Volgens de beeldhouwer zou het binnen een jaar klaar kunnen zijn, maar al in het najaar bleek hij de technische en financiële problemen te hebben onderschat (4). De vierde mei van het volgend jaar kon als onthullingsdatum wel vergeten worden.

De moeilijke verhouding tussen Waskowsky en zijn opdrachtgevers culmineerde in 1971 in een reeks pijnlijke confrontaties. In januari van dat jaar diende er een kort geding over het door de kunstenaar ter beschikking stellen van het model om het te laten uitvergroten. Hij werd per vonnis gedwongen om zijn model voor dat doel af te staan aan de Amsterdamse beeldhouwer Jan Goossen die ook als vergroter werkte voor Wessel Couzijn (5).

Over het resultaat van Goossen's werk was Waskowsky zo ontevreden, dat hij in juni per kort geding wilde verhinderen dat Goossen met het vergroten doorging. De hele kwestie was landelijk nieuws geworden en in het Nieuwsblad van het Noorden verschenen foto's waarbij een hand van het model vergeleken werd met het resultaat van de vergroting (6). Met zoveel human interest in het geding was kunstkritiek plotseling voorpaginanieuws. De kunstenaars die in de processen als getuige-deskundige optraden, Kneulman en Couzijn, konden direct op een veeg uit de pan van Waskowsky rekenen wanneer ze het hart hadden het voor de andere partij op te nemen (7).

Voorzover aan de hand van krantenfoto's te beoordelen valt, had Waskowsky met zijn bezwaren tegen de wijze van uitvergroten volkomen gelijk. Niet alleen zijn de contouren veranderd en is het oppervlak gesloten waar het open gelaten was, maar ook is de huid van het beeld sterk gewijzigd. Ruw aan elkaar gelaste platen messing zijn bedekt met een pukkelige saus die de structuur verdoezelt. Toch was de rechter van oordeel, dat het werk van de vergroter mocht worden voortgezet.

De opdrachtgevers zijn van mening, dat het werk nu snel dient te worden afgemaakt, zonder inmenging van Waskowsky (8). Een groep Groningse kunstenaars reageerde geschokt op deze juridische onteigening van het geestelijk eigendom van de kunstenaar. 'Kunstenaarsbelangen in Groningen' stelde dat er nog anderhalve ton nodig was om het werk af te maken en dat de huid die door Goossen was aangebracht, diende te worden afgepeld (9). Begin 1972 hield prof. H. Gerson nog een vurig pleidooi voor het monument als kunstwerk van hoog niveau en voor het onvervreemdbaar recht van de kunstenaar om zijn eigen creatie te voltooien (10).

Door deze gang van zaken heen speelden allerlei gênante persoonlijke en financiële vete's, die door S. Broekema haarfijn zijn uitgeplozen (11). Laten we ermee volstaan, dat pas op het einde van 1974 begonnen kon worden met de egalisering van de fundamenten van de voormalige watertoren bij het Sterrebos (12). De wens van de opdrachtgevers om het monument een plaats te geven op de Vismarkt, vlak bij de plaats waar voor de oorlog veel joodse mensen woonden, was eerder door de Dienst Stadsontwikkeling en Volkshuisvesting afgewezen. Toen ook het Hereplein geen genade kon vinden, besloot Culturele Zaken om het monument dan maar bij het Sterrebos te plaatsen. De fundamenten van de watertoren konden dan mooi worden gebruikt; dat scheelde weer plaatsings- kosten (13).

Nu moet gezegd worden dat de uiteindelijke kosten, bijna zes ton, een veelvoud waren van de 65.000 gulden die door de Groningse bevolking in 1969 was opgebracht en ook van de 150.000 gulden, die oorspronkelijk waren begroot. In februari 1975 kon met de opbouw begonnen worden. Zelfs de bekisting van het beton ging niet naar wens. Allerlei ongewenste 'decoraties' moesten worden weggekapt, hetgeen heeft bijgedragen tot het toepasselijk gehavende uiterlijk van het resultaat (14). Wanneer Waskowsky op de laatste dag van 1976 overlijdt, zijn pas zes van de zeven handen na uitputtende bewerking door hem en zijn medewerkers geplaatst. De laatste hand bleef onvoltooid in zijn atelier achter.

Het monument zoals het er nu staat, is een schaduw van de bedoeling van de kunstenaar gebleven. Het technische procédé dat hem eigen was, het autogeen lassen van messing met een expressief gebruik van de lastechniek, stelde zee rhoge eisen aan het technisch kunnen van hem en zijn medewerkers. De worsteling met de materie is zo evident, dat het extra uitdrukkingskracht geeft aan het ontwerp, dat in zijn conceptie toch al niet door ingetogenheid werd gekenmerkt. Wie tussen de handen doorloopt, wordt haast fysiek overweldigd door de ruwe handen waarvan de hoogste tot ruim vier meter reikt. De dwingende aanwezigheid van het monument wordt versterkt door de muur, die er een eigen territorium voor afperkt.

Het maken van een monument voor iets onvoorstelbaar ergs is eigenlijk per definitie onmogelijk. Het is een verbluffende prestatie van Waskowsky, dat hij er in geslaagd is om pathos een acceptabele vorm te geven. Het deel, de hand, staat voor het geheel. Door deze reductie kon hij zich een maximum aan expressie veroorloven. Het is een vormprocédé dat stamt uit het Symbolisme, zoals dat onder meer door Rodin is toegepast. Voor verzetsmonumenten was Willem Reijers hem voorgegaan met zijn vermaarde hand op de dijk bij Zijpersluis. Waskowsky heeft echter aan zijn handen een heel specifieke lading weten mee te geven. Een scala van letterlijke en symbolische betekenissen dient zich aan: het gesticuleren als joodse uitdrukkingsvorm, de handen als tekens van schrik maar ook als de gecodificeerde gebaren voor gebed en zegen, woede, verzet, verdriet en berusting, de hand als jad, ook het Hebreeuwse woord voor herinnering, de zeven handen als de zeven armen van de menora, het heilige getal.

Dat het er maar zes gebleven zijn, heeft een onontkoombare juistheid.

Noten
1. Zie voor gegevens over de opdracht Gemeentearchief Groningen, dossiernummer 1.853.1 ( deel 1 en 2). R.K.D. in Den Haag en B.K.D. Groningen.
2. Nieuwsblad van het Noorden, 19-4-1969.
3. Zie noot 1.
4. Nieuwsblad van het Noorden, 3-5-1969.
Nieuwsblad van het Noorden, 14-10-1969.
5. Nieuwsblad van het Noorden, 8, 11, 15 en 16-1-1971.
Volkskrant, 8 en 16-1-1971.
Brabants Dagblad, 13-1-1971.
De Tijd, 12-1-1971.
NRC, 16-1-1971.
Winschoter Courant, 20-1-1971.
6. Nieuwsblad van het Noorden, 31-3-1971.
7. Volkskrant, 12-1-1971.
Winschoter Courant, 2-2-1971.
8. Nieuwsblad van het Noorden, 29-7-1971.
9. Nieuwsblad van het Noorden, 11-8-1971.
10. Nieuwsblad van het Noorden, 11-1-1972.
11. S. Broekerna, "Verdriet om een monument", in: Groningen Toen (1979) , Groningen 1979, 52-66.
12. Nieuwsblad van het Noorden, 7-11-1974.
13. Zie noot 1.
14. Nieuwsblad van het Noorden, 10-2-1975 en 24-4-1975.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer