Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Wladimir de Vries: De schoonheid van een lichaam

  • Door: Henriette Kindt
  • In: In beeld gebracht
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1998

Van de hand van Wladimir de Vries (Groningen 1917) staan zo'n negen beelden in de stad, vijf vrouwen- en vier dierenfiguren. Daarnaast maakte hij een aantal reliëfs. De ene helft van de beelden is in brons en de andere helft is uit steen gemaakt. Wladimir is een beeldhouwer in de ware zin van het woord. Hij heeft zijn beelden uit steen gehakt, om met de woorden van Michelangelo te spreken "Uit het steen bevrijd." (1) Aan de andere kant heeft hij zijn beelden opgebouwd, dat wil zeggen, gevormd uit stukjes was of klei. Deze beelden zijn vervolgens gegoten in brons. Men kan constateren dat hij een beeldhouwer is die op een ambachtelijke manier werkt.

De werken - alle figuratief van aard - zijn gerealiseerd in een periode van dertig jaar, van ongeveer 1950 tot 1980. Dit was juist de periode waarin er in Nederland, in de opvattingen van de toenmalige hedendaagse beeldende kunst, een over heersende voorkeur voor abstractie begon te ontstaan. Het was voor sommigen haast taboe om figuratieve kunst te maken. Enerzijds heeft dat De Vries parten gespeeld in de zin van erkenning, anderzijds is hij 'gewoon' zijn eigen gang gegaan; hij heeft zijn kunst gerealiseerd zoals hij dat wilde.

Kenmerkend aan de meeste beelden is de trots die eruit spreekt. Drie van de vijf vrouwenfiguren in de openbare ruimte van Groningen staan of zitten in een fiere houding. Uit Het Denkstertje en De Amazone spreken niet zozeer trots als wel een welbehagen in zichzelf. Alle vrouwenfiguren van de beeldhouwer lijken heel jong te zijn, ze worden gekenmerkt door een ontluikende vrouwelijkheid, terwijl met name de benen stevig van vorm zijn. Van de dierenfiguren trompettert De Olifant triomfantelijk in de vijver aan de Vondellaan en in het Noorderplantsoen staat de Wisent als een rots in de branding, trots en onverzettelijk.(...)


Werkwijze

De Vries werkte veel in opdracht. Hij heeft altijd figuratief gewerkt, zelfs al lijkt een werk soms op het eerste gezicht abstract. Voor twee lagere technische scholen bijvoorbeeld maakte hij uitvergrote schakels en een grote vleugelmoer (1969 en 1970). Het zijn toepasselijke, eenvoudige composities. Ook hier is de kunstenaar zichzelf gebleven maar dit werk heeft niet zijn grote liefde. (6)
Na de Tweede Wereldoorlog werden onmiddellijk na de bevrijding in mei overal gedenktekens opgericht. Om de kwaliteit en het beroep van de beeldhouwer te beschermen, werd een 'monumentenstop' afgekondigd en konden beelden alleen gerealiseerd worden na ministeriële goedkeuring. (7) De Vries maakte twee oorlogsmonumenten: een in Winsum in 1947, dit was zijn eerste opdracht; een in Wedderveen in 1950.

Wladimir de Vries heeft van 1939 tot 1942 les gehad van Willem Valk, een beeldhouwer die van groot belang is geweest voor de beeldhouwkunst in Groningen. (Zie 'Willem Valk -Bezield vormgeven aan het beeld van de stad', p.59)

Valk was een groot bewonderaar van Aristide Maillol (1861-1944). (8) Het kan zijn dat hij die bewondering heeft doorgegeven aan zijn leerlingen, hoewel De Vries zelf zegt niets met Maillol te hebben. (9) De forse benen van de vrouwenfiguur bij Landbouw en Veeteelt bijvoorbeeld worden vaak vergeleken met de beelden van Maillol, deze zijn: "(...) gesloten en vast van vorm en worden gekenmerkt door nog ongedifferentieerde harmonie." (10) Haast ter ondersteuning van de uitspraak van De Vries stelt Johan Dijkstra over Landbouw en Veeteelt: "(...) alleen is alles een beetje classicistisch geïdealiseerd, de onderbenen wat vormeloos en dik, maar dit is tegenwoordig welhaast de algemene stijl van de beeldhouwkunst." (11)

Wanneer men het werk van De Vries vergelijkt met tijdgenoten als Wessel Couzijn, Lot ti van der Gaag, Willem Reijers en Carel Visser -allen vernieuwers in de beeldhouwkunst -ziet men dat De Vries heeft gekozen voor een ander uitgangspunt, de traditie. Zijn werk is bijvoorbeeld vergelijkbaar met een vrouwenfiguur van J.A. Rädecker uit 1950 en Sereniteit van Henri Puvrez (1947-1950). Deze werken komen voort uit de traditie van Charles Despiau en Auguste Rodin. Zij kozen voor een meer classicistische vorm: statisch, rustige rondingen en strakheid. Johan Dijkstra noemt het werk terecht classicistisch, omdat het afbeelden van het menselijk lichaam om de schoonheid hiervan bij de Grieken en Romeinen gebruikelijk was.

In de Renaissance is onder meer het menselijk lichaam door de cultuur van het christendom in die acceptatie verder geherwaardeerd. Hetgeen zich ook uitte in de beeldende kunst, waar men teruggreep op de klassieken. Door de eeuwen heen heeft de afbeelding van het naakt zich verder ontwikkeld van de barokke beelden van G.L. Bemini (1598-1680) tot, dichterbij, de perfecte beelden van Eja Siepman van den Berg (1943).

Voor Groningen was de opvatting die uit het beeld Landbouw en Veeteelt spreekt, nieuw in de vijftiger jaren. De vrouwenfiguren zoals die van Pieter Starreveld aan de Grote Markt of van Willem Valk aan de Kijk in 't Jatbrug zijn gekleed afgebeeld; passend bij een functie: het verzekeringswezen en de koopvrouw. Bij het beeld van Wladimir de Vries gaat het in de erste plaats om het weergeven van de schoonheid van een lichaam, de symboliek komt op de tweede plaats. Het was het eerste beeldhouwwerk in Groningen waarmee een kunstenaar zich zo uitsprak in de openbare ruimte.

Wanneer men het oeuvre van De Vries overziet, blijkt hij vooral vrouwen- en dierenfiguren te hebben gemaakt. Een echte 'animalier' echter is hij niet, daarvoor zijn de dierenfiguren te verschillend van werkwijze. Met name bij de vrouwenfiguren heeft hij een eigen manier van werken ontwikkeld. Wanneer men de vrouwenfiguren van hem vergelijkt met die van Maillol, dan is het verschil dat De Vries kiest voor jonge, net ontluikende vrouwenfiguren. Het is een heel ander type vrouw dan die de Franse beeldhouwer heeft uitgebeeld. De beelden van Maillol stralen in het algemeen vooral een harmonische rust uit; de 'jonge' vrouwenfiguren van Wladimir de Vries zijn trots. Men zou deze keuze en het kiezen voor de traditie de eigenheid van het werk van Wladimir de Vries kunnen noemen.

Voetnoten
1) Dooren, Frans van (vertaling), zie bijvoorbeeld het gedicht aan Vittoria Colonna de eerste strofe, Michel Angelo Sonnetten, Atheneum. Polak & Van Gennep, Amsterdam 1986, p.61.
2) Lycklama, Nijeholt à, W. e.a., tent.cat. Lyrisch Schetsboek, Centrum Beeldende Kunst, Groningen 1994.
3) Wolda, Saskia, Vita, Amsterdam 1994.
4) Tent.cat. Caleidoscoop, Centrum Beeldende Kunst, Groningen 1997.
5) Krol, Gerrit, Scheve levens, Querido.
6) 'Liever figuur dan decoratief ding', In: Harener Weekblad, 1971.
7) Ramaker, Wim en Ben van Bohemen, Sta een ogenblik stil... Monumentenboek 1940/1945, Kok, Kampen 1980, p.23 e.v.
8) Hammacher, A.M., De schoonheid van ons land, beeldhouwkunst, Contact, Amsterdam 1955, p.81.
9) Ibid noot 2.
10) drs. Brouwer, Marianne en drs. Rieja Brouns, collectie cat. Sculptuur; beeldhouwwerken van het museum Kröller-Müller, p.151.
11) Brief Johan Dijkstra, gemeentearchief Groningen, 23-11-1952, doss.nr.1.811.112.1.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer