Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

De erezuil voor Guyot

  • Door: Hillie Smit
  • In: Beelden in de Stad Groningen
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 1985

"Aanschouwt de zuil, hier opgerigt! (-)
Dit marmer eert den man, die 't eerst aan Hollands strand
Rampzaâlgen zonder oor en tong geboren,
wêer levensvreugde schonk, eer' God en Vaderland".

Het enige echte oude monument dat Groningen rijk is, staat op het Guyotplein, de tegenhanger van de Ossenmarkt. Het is een monument in de ware zin des woords, opgericht voor de eer en de nagedachtenis van Henri Daniël Guyot, de oprichter van het eerste doveninstituut van ons land. De school, door hem in 1790 gesticht, is sinds 1809 aan het plein gevestigd.

De Waalse predikant Guyot kwam door studie bij de abt De l'Épée in Parijs in aanraking met het onderwijs aan doofstommen. De nieuwe methode die door de Franse geestelijke was bedacht, was gebaseerd op een systematische gebarentaal. Guyot volgde hem hierin, maar hij voegde iets toe aan zijn aanpak. Wanneer hij in een doof kind de mogelijkheid om te leren spreken ontdekte, probeerde hij die zoveel mogelijk te ontwikkelen. Dankzij het initiatief van Guyot kregen dove kinderen kansen, die ze nooit gehad hadden. Gesteund door onderwijs van de normale schoolvakken in gebaren en in schrift en door het leren van een handwerk, konden ze zich voorbereiden op een zelfstandige plaats in de maatschappij .
De school startte in 1809 met dertien leerlingen of "kweekelingen"; bij de inwijding van het monument in 1829 waren 150 leerlingen aanwezig. In verschillende delen van het land waren er bovendien dependances .

Op tien januari 1828 overleed Henri Daniël Guyot op 74-jarige leeftijd. Zijn zoons werden als opvolgers op het Instituut aangesteld. Toen ontstond het plan om een monument op te richten. Uit het bestuur van het Instituut werd een commissie gevormd om gelden daartoe in te zamelen en voor een goede uitvoering zorg te dragen. Deze commissie heeft, toen het monument er eenmaal stond, nauwkeurig verslag uitgebracht van haar bevindingen. De geschiedenis van het ontstaan van het monument, vanaf het ogenblik dat het plan werd opgevat tot en met de plechtige inwijding, is eruit af te lezen .

Het kasboek van de commissie werd zorgvuldig bijgehouden. Er blijkt uit, dat er in totaal f 5.785,88½ bijeengebracht werd door gevers uit het hele land.
Voor de uitvoering boden zich als enigen aan vader Charles en zoon Jean François Sigault uit Amsterdam. In die tijd waren er in Nederland maar weinig beeldhouwers die een dergelijk project aan zouden kunnen. De Sigaults hadden onder meer hun kunnen al bewezen in het marmeren monument voor Jan Nieuwenhuyzen in de kerk van Monnikendam. Toen er genoeg geld was ingezameld, kregen zij dan ook de opdracht.

Begin maart 1829 presenteerde Jean François Sigault het ontwerp. Hij motiveert de getoonde voorkeur voor een zuil in de "romeinse of composiete bouworde" door deze te vergelijken met, zoals hij het noemt, "de trajaanse of egyptische smaak". Een "trajaanse gedenkzuil" vindt hij geschikter voor "krijgslui en wetgevers"; de egyptische pyramidale vorm is volgens hem niet passend bij het " waardige karakter" van Guyot . De commissie volgde hem in zijn voorkeur.

Sigault heeft ieder onderdeel van het uiteindelijke ontwerp een symbolische betekenis gegeven. Het witte marmer waaruit de zuil is opgebouwd, staatvoor "het ware schoone en edele". Het voetstuk is uit zwart graniet gemaakt en drukt de rouw om Guyot uit, welke immers de grondslag is voor het monument. Ook zijn er verscheidene symbolische tekens op de zuil en op de hoekpalen van het omringende hekwerk aangebracht. Deze verwijzen naar het overlijden van Guyot en naar de dood in het algemeen: de vlam boven de asurn die de zuil bekroont; de kroonlijst van "waterbladeren" die staan voor de tranen en het verdriet; de brandende en gedoofde fakkels, en de gevleugelde zandlopers, die de vergankelijkheid van het leven aanduiden. Zijn eeuwige roem wordt gesymboliseerd door de lauwerkrans rond het portret en de slang die zich in zijn staart bijt rond een goudkleurige ster welke helaas in de loop der tijden verdwenen is. De vriendschap, die zijn leerlingen altijd voor hem zullen blijven voelen, wordt uitgedrukt door de krans van altijd groen blijvende klimopbladeren rond de vlinder die staat voor de onsterfelijke ziel.

Voor het portret van de overledene wilden de Sigaults zo levensgetrouw mogelijk te werk gaan. Zij kregen hiervoor de beschikking over een marmeren portretbuste die naar het leven vervaardigd was, twee geschilderde portretten en de pruik en de bef, die hij placht te dragen . Het resultaat is een scherp gesneden profielportret, bekroond door een weelderige krullenpruik: eerder het beeld van een veldheer dan van een dominee en schooldirecteur.

De heren Sigault spaarden kosten noch moeite bij de vervaardiging van dit monument. De reeds hoogbejaarde Charles sprong af en toe bij om de moeilijkste onderdelen naar beste kunnen te modelleren en uit te hakken. Zoveel was hun aan het welslagen van dit werkstuk gelegen, dat ze er geld op wilden toeleggen. Dit tot spijt van de commissieleden, die de gemaakte kosten enigszins trachtten te vergoeden door bij de onthulling een maaltijd aan te bieden aan de kunstenaars. Bovendien werd hun een gouden snuifdoos geschonken.

De inwijding kon niet, zoals gehoopt, tijdens het jaarlijkse examenfeest op de derde woensdag van juli plaatsvinden, maar pas op 21 november 1829 . Alle partijen waren zeer tevreden over het resultaat, dat uiteindelijk uit zijn tijdelijke omhulsel van latten en zeildoek te voorschijn kwam. De kunstenaars, bij de plechtigheid vertegenwoordigd door de zoon, hadden uit trots over het welslagen van hun onderneming door de graveur Alphonse Giraud een prent van het monumentlaten vervaardigen. De opbrengst van de verkoop was bestemd voor de nabestaanden van de Amsterdamse opzichter over de werklieden, die tijdens het werk in Groningen aan een oude kwaal was komen te overlijden. De sfeer van liefdadigheid werkte kennelijk aanstekelijk.

Rond de tijd van ontstaan van dit monument werd, om epidemieën tegen te gaan, buiten de stad begraven. Hoewel dat te verwachten zou zijn gezien de symbolische grafdecoratie van het monument, is het toch niet de plek waar Guyot begraven ligt. Wel dient het als zerk voor een soort tijdcapsule. Uit pure kunstenaarstrots hadden de Sigaults nog een tweede koperplaat naar het monument laten graveren. Bij de plaat is een verklarende tekst gevoegd samen met de goedkeuring van de commissie. In het verslag staat hoe het geheel vervolgens "was gepakt in een door ons verzegeld, cederhouten kistje, hetwelk van een digtgesoldeerd looden bekleedsel is omgeven, en onder het Monument, in deszelfs fundamenten, op den 19den bevorens, ten onzen overstaan, is geplaatst" . Wat was het motief voor deze daad? Een heel praktische overweging: als het monument in later tijden om de een of andere reden zou worden afgebroken of verwoest, kon het altijd nog in volle glorie herrijzen door de prent af te laten drukken, om als leidraad te dienen bij een herbouw. Hieruit spreekt een naïeve zelfbewustheid, waarin wij ons slechts met moeite kunnen verplaatsen. Toch was dit de essentie van een monument: het moest het nageslacht tot in lengte der dagen herinneren aan de deugd van degene, voor wie het was opgericht, en ons manen diens voorbeeld te volgen.

Het staat er echter na ruim anderhalve eeuw nog steeds, niet meer zo glorieus als bij de onthulling, maar nog wel een sober, klassiek middelpunt van wat één van de mooiste pleinen van Nederland genoemd is.

Noten
1. uit het vers, uitgesproken door professor Mr. B.H. Lulofs bij de onthulling.
Zie noot 4.
2. H. Betten, Bevrijdend gebaar, Groningen, 1984.
3. Gemeentearchief Groningen, archief van het Kon. Inst. voor Doven 'H.D. Guyot', doos 24, dossiernummers 11, 42, 69, 175, 725 en 726.
4. Verslag van de commissie uit de Hoofddirectie van het Instituut voor Doofstommen te Groningen, ter zake van het aldaar opgerigte monument ter eere van wijlen des Instituuts Stichter Henri Daniël Guyot. Met de, bij deszelfs inwijding uitgesproken dichtregelen van den Hoogleraar Mr. B.H. Lulofs, Groningen 1829.
5. Guyotarchief (zie noot 3): Brief van J.F. Sigault aan de ad hoc-commissie d.d. 7-3-1829
6. Ibidem: Brief van J.F. Sigault aan de ad hoc-commissie d.d. 9-8-1829
7. Ibidem: aantekeningen van 13-4-1829
8. Op.cit. (noot 4), 15.

Lees meer

logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer