Platform GRAS CBK presenteren

STAAT IN GRONINGEN

Kunst en architectuur in Stad

vergroot

Max Reneman en de redding van zijn wandreliëf

  • Door: Ankie Boomstra
  • In: Vouwblad CBK Groningen
  • Plaats en datum van uitgave: Groningen, 2003

Inleiding

Onlangs werd het wandreliëf van Max Reneman herplaatst aan de zuidgevel van het nieuwe gebouw van Stadsbeheer aan de Gotenburgweg 46. Stadsbeheer maakt deel uit van de dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken van de Gemeente Groningen. Ter gelegenheid van deze succesvolle herplaatsing wordt er bij Stadsbeheer en bij het CBK Groningen aandacht besteed aan het werk van de verrassend veelzijdige Max Reneman.

Commotie

In oktober 1997 ontstond er commotie over het wandreliëf, toen nog onderdeel van de Mariaschool aan de Pasteurlaan in de wijk Corpus den Hoorn. De school uit 1965 stond al lange tijd leeg en moest plaatsmaken voor woningen. Het in de wand geïntegreerde kunstwerk viel bijna ten prooi aan de slopershamer. Na tussenkomst van Thérèse Estourgie – weduwe van Coen Bekink, architect van de school – werd de sloop gelukkig tijdig stilgelegd. Het betonnen kunstwerk van zes bij acht meter en bijna dertig ton zwaar, lag sindsdien in twee delen in depot, in afwachting van een nieuwe bestemming. De afgelopen jaren hebben het CBK Groningen en Stadsbeheer verschillende locaties onderzocht. Dit was niet eenvoudig vanwege de omvang en het gewicht van het reliëf en de eis dat het in een bouwwerk geïntegreerd moest worden. Ten slotte is er een geschikte plek gevonden. In plaats van een constructief deel van een gebouw is het nu een kunstwerk tegen een wand geworden.

Oorspronkelijke kleuren

De architect van het nieuwe gebouw van Stadsbeheer is Henk Scholten van het Groninger Bureau AAS. Hij stelde voor het reliëf in de zuidwand te plaatsen, vanwege de geschikte maatvoering en het goede zicht vanaf de openbare weg. Het kunstwerk is ondertussen gerepareerd en weer in de originele tinten grijs geschilderd. Het was, ongetwijfeld in de jaren zeventig, overgeschilderd met bruin, groen en geel. Om de juiste kleuren op te sporen zijn oude verfresten onder deze tweede verflaag geanalyseerd. De oorspronkelijke grijstinten passen goed bij de antracietkleurige stenen van het nieuwe gebouw. Om eenheid te creëren zijn de kleuren uit het kunstwerk ook gebruikt voor de reeds bestaande gebouwen op het terrein.

Monumentaal werk in Groningen

Het betonreliëf aan de Mariaschool werd in 1965 in opdracht gemaakt. Het was vooral bijzonder omdat het een wezenlijk onderdeel vormde van het gebouw; het besloeg de gehele voorgevel en markeerde de ingang van de school.

Voor het vervaardigen is een bekisting in spiegelbeeld getimmerd, waarin vloeibare beton werd gegoten. De sporen van de bekisting zijn nog duidelijk te zien. Op het kunstwerk is een gestileerde vogelfiguur afgebeeld die naar de zon kijkt. Als inspiratiebron voor zijn monumentale werken noemde Reneman de glas-in-loodramen van de kerken waar hij in zijn strengkatholieke jeugd veel tijd doorbracht.

Reneman werkte zelf ook in deze techniek voor een andere opdracht die hij kreeg: uit 1960 dateren de grote glas-in-loodramen in de voormalige katholieke Mariakerk aan de Landsteinerlaan 2, evenals de Mariaschool gelegen in de wijk Corpus den Hoorn. In de noordwand verwerkte hij in prachtige kleuren de symbolen van Maria, die gebruikt werden in de litanie zoals de poort des hemels en de spiegel der gerechtigheid. In de westwand verwerkte hij de symbolen van Gods goedheid, zoals de duif en het oog.

Een derde werk in Groningen van Max Reneman is Communicatie dat zich op het KPN-gebouw aan de Van Leeuwenhoekstraat bevindt. Op de dakrand staat een geabstraheerde vogelfiguur van metaal. Door de stand van zijn poten en de zwierige zijvleugels lijkt hij net te zijn geland op het dak.

Tandarts en kunstenaar

Max Reneman groeide op in Groningen. Zijn vader had een groothandel in tandtechnische apparatuur. Hij wilde beeldend kunstenaar worden, maar moest van zijn vader eerst een vak leren. Al op zijn 22ste studeerde hij af als tandarts, begon een praktijk en deed wetenschappelijk onderzoek. Vrijwel tegelijkertijd, in 1945, meldde hij zich aan bij de Rijksacademie in Amsterdam. Hij studeerde bij de bekende hoogleraar Monumentale Kunst, Heinrich Campendonk. Bij hem leerde hij werken met glas-in-lood, en nieuwe technieken als glas-in-beton en betonreliëfs waardoor kunstwerken in enorme formaten mogelijk werden. Ook volgde hij teken- en schilderlessen bij Jan Wiegers. In de jaren vijftig ontving hij onder meer twee keer een Koninklijke Subsidie voor de schilderkunst.

Insekten sekte en deskundologie

Reneman was een gedreven mens, zowel in zijn werk als tandarts en docent op de universiteit, als in zijn activiteit als beeldend kunstenaar. Zo werd hij in 1960 voorzitter van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging De Keerkring. Onder zijn voorzitterschap groeiden de exposities van deze vereniging in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum uit tot happenings die niemand wilde missen. Met anti-rookmagiër Robert Jasper Grootveld en beeldend kunstenaar Theo Kley bedacht Reneman allerlei projecten, die een ironisch commentaar waren op de gevestigde orde. Zo trokken ze met de Insekten Sekte ten strijde tegen het verdwijnen van insectensoorten door het kwistig spuiten met landbouwgif.

Immuun Blauwpoeder moest water en lucht weer helder maken. Groene Bommen gevuld met zaden werden tot ontploffing gebracht op plekken waar de natuur was vernietigd. Ze maakten een vlinderopera en Reneman ontwierp een monument voor gevallen vlinders. Vanwege hun kwetsbaarheid hadden vlinders hoge prioriteit bij de Insekten Sekte. Het Amsterdams Ballon Gezelschap wilde de ‘zachte luchtvaart’ stimuleren met geluidloze hemelvoertuigen als alternatief voor vliegtuiglawaai.

In het Deskundologisch laboratorium deden ze onderzoek naar allerlei dagelijkse, niet opvallende verschijnselen. Zoals de werking van de fiets op het menselijk lichaam en de verveling. Verveling was volgens Reneman een belangrijke bron voor inspiratie. In de linkerknieholten van de mens zit de vervelingklier. Onderzoek had uitgewezen dat het vrijkomende vocht uit deze klier zich al na 280 pedaalslagen door het lichaam verspreidt. Tijdens het fietsen profiteert de mens dus optimaal van deze klier.

Ook toerden de deskundologen op solexen door het land om te onderzoeken in hoeverre Nederland bijna klaar was en vond er een expeditie plaats naar de bronnen van de Amstel. In de jaren zestig en zeventig was het ontwikkelen van je creativiteit belangrijk: de spelende mens moest alle ruimte krijgen. Geen wonder dat Reneman en zijn vrienden altijd veel animo ondervonden bij hun spektakels en onderzoeken.

Abrupt kwam aan al deze activiteit een eind: in 1978, op 55-jarige leeftijd, kwam Max Reneman om het leven bij een vliegtuigongeluk vlak bij Sicilië.

Lees meer

  • Herinnering aan Max Reneman, De bestorming van het onmogelijke, Max Reneman, De Keerkring & de collectieve verbeelding, Amsterdam, 2001
logo logo logo

Platform GRAS en het CBK Groningen bieden u deze website aan. Met dank aan de Gemeente Groningen.
Colofon | Proclaimer