In 1990 vierde de stad Groningen zijn 950-jarig bestaan. Ter gelegenheid hiervan lanceerde Frank Mohr het plan om met nieuwe eigentijdse ‘stadspoorten’ de hoofdtoegangswegen van de stad een markering te geven.
In vroeger tijd zorgden stadspoorten voor een duidelijke afbakening van de stad. Sinds het einde van de 19de eeuw is de grens tussen stad en platteland door afbraak van de vestingwerken en de ontwikkeling van buitenwijken en andere randgebieden steeds diffuser geworden. Het idee achter het stadsmarkeringsproject was de entree van de stad weer op een eigentijdse wijze zichtbaar te maken.
De gemeente Groningen, die heel snel gewonnen was voor dit idee, gaf architect Daniel Libeskind de opdracht hiervoor een masterplan te ontwikkelen.
In zijn The Books of Groningen – dat letterlijk een loodzwaar boek is van twaalf aluminium platen – ontvouwde Libeskind zijn visie op de moderne stad en de identiteit van Groningen anno 1990. Hij nam de naam CRUONINGA als uitgangspunt; dit is de vroegst bekende benaming van de stad die voorkomt in een akte uit 1040. De negen letters liet hij corresponderen met negen stadsmarkeringen bij de belangrijkste toegangswegen van Groningen. Een tiende teken plande Libeskind op het Martinikerkhof. Het verbindt het hart van de stad met de negen markeringen aan de stadsranden.
Aan elke letter/stadsmarkering verbond Libeskind bepaalde karakteristieken – zoals een kleur, een tijdstip of een Griekse muze – èn de onbekende grootheid ‘X’ die staat voor het creatieve en onvoorspelbare. Hij gaf daarmee als het ware de ingrediënten om de entree van de stad op eigentijdse wijze te markeren. Voor de tien ontwerpen gold de voorwaarde dat ze zowel verleden, heden als toekomst in zich zouden dragen.
Negen mensen vanuit zeer verschillende disciplines werden uitgenodigd een stadsmarkering te ontwerpen. Zij kregen elk een letter met de bijbehorende parameters toegewezen. De deelnemers waren: de Amerikaanse kunst- en architectuurhistoricus Kurt Forster; de Japanse econoom Akira Asada; de Amerikaanse danser en choreograaf William Forsythe; de Duitse toneelschrijver Heiner Müller; twee beeldende kunstenaars, Thom Puckey uit Nederland en Leonhard Lapin uit Estland; twee architecten, John Hejduk uit de Verenigde Staten en Gunnar Daan (uit Nederland); de Franse filosoof Paul Virilio.
Eén stadsmarkering ontwierp Libeskind zelf.
Belangrijke financiers van dit project waren: Gemeente Groningen; Koninklijke PTT Nederland NV, Groningen; VOF 9-50, Groningen; Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Rijswijk en Praktijkburo Beeldende Kunstopdrachten, Amsterdam.